ECLI:NL:OGHACMB:2013:34

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
23 oktober 2013
Publicatiedatum
25 oktober 2013
Zaaknummer
HAR 180/13
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 43 SvArt. 634 SvArt. 1:31 Sr
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek ex artikel 43 Sv inzake tenuitvoerlegging ontnemingsvonnis

Verzoeker diende een verzoek ex artikel 43 Sv Pro in bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, strekkende tot onmiddellijke invrijheidstelling in verband met de tenuitvoerlegging van een ontnemingsvonnis. Het verzoek werd behandeld tijdens een zitting op 22 oktober 2013.

Het Hof oordeelde dat verzoeker niet-ontvankelijk is omdat het verzoek zich richt tegen de executie van de vervangende hechtenis van het ontnemingsvonnis en het Gerecht in eerste aanleg (GEA) daarvoor de bevoegde instantie is. Daarnaast bestaat er een aparte procedure in het Wetboek van Strafrecht van Curaçao voor het niet verlenen van voorwaardelijke invrijheidstelling.

Het Hof wees er op dat de Minister van Justitie verzoeker voorwaardelijk in vrijheid had gesteld per 17 september 2013, maar dat verzoeker toch gedetineerd bleef vanwege de uitvoering van het ontnemingsvonnis. Het verzoekschrift werd afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid, waarbij het Hof tevens verwees naar de toepasselijke wettelijke bepalingen, waaronder artikel 43 lid 3 Sv Pro en artikel 634 Sv Pro.

Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek ex artikel 43 Sv.

Uitspraak

Datum uitspraak: 23 oktober 2013
Zaaknummer: HAR 180/13
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
BESCHIKKING
gegeven op het verzoek ex artikel 43 van Pro het Wetboek van Strafvordering, hierna: Sv, van:
[verzoeker],
geboren op [datum] 1967 te Curaçao,
thans gedetineerd te Curaçao,
hierna te noemen: verzoeker.

1.Procesgang en onderzoek van de zaak

1.1
Op 15 oktober 2013 heeft de gemachtigde van verzoeker, mr. S.A.T. Ayubi-Haakmeester, een verzoekschrift ex artikel 43 Sv Pro, met producties, ingediend gericht aan het Hof.
1.2
Het verzoek is behandeld ter zitting van het Hof op 22 oktober 2013 in Curaçao. Verschenen en gehoord zijn de (waarnemend) procureur-generaal, mr. A.C. van der Schans, verzoeker en zijn gemachtigde. De gemachtigde van verzoeker heeft pleitaantekeningen voorgedragen en aanvullende producties overgelegd.
1.3
Beschikking is aangezegd, waarvan de uitspraak is bepaald op heden.

2.Beoordeling

2.1
Bij Ministeriële Beschikking van 10 september 2013 heeft de Minister van Justitie besloten om verzoeker, die bij vonnissen van het Hof van 27 maart 2007 en 1 september 2011 is veroordeeld tot gevangenisstraffen, ingaande 17 september 2013 voorwaardelijk in vrijheid te stellen.
2.2
Op grond van de stukken en het ter zitting verhandelde staat vast dat verzoeker na 17 september 2013 gedetineerd is gebleven, omdat thans het ontnemingsvonnis van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, hierna: GEA, van 15 oktober 2008 in de zaak tegen verzoeker ten uitvoer wordt gelegd (zie productie 2 bij het verzoekschrift). Bij dat vonnis is bepaald dat voor het geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag van NAF. 500.000,- plaatsvindt, vervangende hechtenis wordt toegepast voor de duur van twee jaren.
2.3
Het onderhavige verzoek strekt ertoe dat het Hof de onmiddellijke invrijheidstelling van verzoeker beveelt.
2.4
Naar het oordeel van het Hof kan verzoeker niet in dit verzoek ex artikel 43 Sv Pro bij het Hof worden ontvangen. Op grond van artikel 43 lid 3 Sv Pro dient (in eerste instantie) het GEA te beslissen op het onderhavige verzoek van verzoeker met betrekking tot de tenuitvoerlegging van het ontnemingsvonnis, nu dit is gewezen door het GEA. Het Hof wijst in dit verband ook op het bepaalde in artikel 634 Sv Pro.
2.5
Voor zover verzoeker heeft beoogd om beslissingen genomen over zijn voorwaardelijke invrijheidstelling aan de orde te stellen in het kader van een verzoek ex artikel 43 Sv Pro, kan verzoeker gelet op artikel 43 lid 1 Sv Pro niet in zijn verzoek worden ontvangen, aangezien het Wetboek van Strafrecht dienaangaande een bijzondere regeling bevat (artikel 1:31 Sr Pro e.v.).
2.6
Beslist wordt derhalve als volgt.
BESLISSING
Het Hof:
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek.
Deze beschikking is gegeven door mrs. G.C.C. Lewin, J.P. de Haan en F.J. Lourens, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, en in tegenwoordigheid van de griffier in Curaçao uitgesproken op 23 oktober 2013.