ECLI:NL:OGHACMB:2013:61

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
28 juni 2013
Publicatiedatum
3 februari 2014
Zaaknummer
HLAR 60763/13
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.Th. Drop
  • R.W.L. Loeb
  • P. van Dijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27 Landsverordening administratieve rechtspraakArt. 28 Landsverordening administratieve rechtspraak
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens termijnoverschrijding in bestuursrechtelijke zaak Pakinam Corporation N.V.

Pakinam Corporation N.V. stelde beroep in tegen een beschikking van de minister van Justitie en Onderwijs, waarbij een bezwaar ongegrond werd verklaard. Het Gerecht in eerste aanleg van Aruba verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. Pakinam stelde dat de dagtekening op de beschikking onjuist was, waardoor de beroepstermijn later zou zijn aangevangen.

Het Hof oordeelde dat de dagtekening van 28 maart 2010 een kennelijke verschrijving was en dat de termijn moest worden gerekend vanaf 28 maart 2012. Omdat het beroepschrift pas op 5 juni 2012 werd ingediend, was het te laat. Ook was geen sprake van een spoedige indiening na ontvangst van de beschikking op 3 mei 2012.

Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep van Pakinam Corporation N.V. is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.

Uitspraak

HLAR 60763/13
Datum uitspraak: 28 juni 2013
gemeenschappelijk hof van jusTitie
van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN
EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Uitspraak op het hoger beroep van:
de naamloze vennootschap Pakinam Corporation N.V., gevestigd in Aruba,
appellante,
tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba van 5 december 2012 in zaak nr. Lar 1603 van 2012 in het geding tussen:
appellante
en
de minister van Justitie en Onderwijs.

Procesverloop

Bij beschikking, gedateerd 28 maart 2010, heeft de minister het door Pakinam tegen zijn beschikking van 5 november 2007 gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 5 december 2012 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Aruba het door Pakinam daartegen ingestelde beroep niet‑ontvankelijk verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft Pakinam hoger beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft de stichting Fundashon Parke National Arikok (hierna: FPNA) een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 april 2013, waar Pakinam, vertegenwoordigd door mr. D.G. Illes, advocaat, en de minister, vertegenwoordigd door mr. P.D. Langerak, werkzaam in dienst van het land, zijn verschenen. Voorts is daar FPNA, vertegenwoordigd door mr. Z.T.M. Arendsz‑Marchena, advocaat, verschenen.
Overwegingen
1.
Ingevolge artikel 27, eerste lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken en gaat deze in op de dag na die, waarop de beslissing op het bezwaarschrift is gedagtekend.
Ingevolge artikel 28, eerste lid, voor zover thans van belang, wordt een beroepschrift niet‑ontvankelijk verklaard, indien het is ingediend, nadat de termijn is verstreken.
Ingevolge het derde lid blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend beroepschrift niet‑ontvankelijkverklaring op die grond achterwege, indien de indiener aannemelijk maakt dat hij het geschrift heeft ingediend, zo spoedig als dit redelijkerwijs verlangd kon worden en het tegendeel daarvan niet blijkt.
2.
Pakinam betoogt dat het Gerecht ten onrechte heeft overwogen dat het voor haar duidelijk moest zijn dat de beschikking, waartegen haar bij het Gerecht ingestelde beroep was gericht, geacht moest worden te zijn gedagtekend op 28 maart 2012. Omdat de op de beschikking vermelde dagtekening van 28 maart 2010 niet juist is, moet er van worden uitgegaan dat die beschikking niet is gedagtekend. Dat leidt ertoe dat de termijn voor het instellen van beroep tegen die beschikking eerst is aangevangen op 3 mei 2012, de dag waarop zij haar heeft ontvangen, aldus Pakinam.
3.
Dat betoog faalt. De beschikking strekt ertoe om, thans met inachtneming van hetgeen het Gerecht in de uitspraak van 21 juli 2010 heeft overwogen, opnieuw op het door Pakinam tegen de beschikking van 5 november 2007 gemaakte bezwaar te beslissen. Tussen partijen is niet in geschil dat Pakinam de beschikking op 3 mei 2012 heeft ontvangen. Het Gerecht heeft onder die omstandigheden met juistheid overwogen dat voor Pakinam duidelijk moest zijn dat de dagtekening van 28 maart 2010 een kennelijke verschrijving betreft en moest worden uitgegaan van 28 maart 2012. Het heeft evenzeer met juistheid overwogen dat de beroepstermijn, uitgaande van die dag, op 9 mei 2012 eindigde en het beroep, nu Pakinam het beroepschrift op 5 juni 2012 heeft ingediend, niet tijdig is ingesteld. Het heeft voorts, nu Pakinam het beroepschrift ruim een maand nadat zij de beschikking had ontvangen heeft ingediend, terecht geen grond gezien voor het oordeel dat zij dit zo spoedig mogelijk als redelijkerwijs verlangd kon worden heeft gedaan.
4.
Het hoger beroep is ongegrond.
5.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. P. van Dijk, leden, in tegenwoordigheid van mr. N.A. Martines, griffier.
w.g. Drop
voorzitter
w.g. Martines
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 28 juni 2013
Verzonden:
Voor eensluidend afschrift,
de griffier,
voor deze,