ECLI:NL:OGHACMB:2013:BZ2107
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- F.J. Lourens
- J. de Boer
- M.C.B. Hubben
- Rechtspraak.nl
Bevestiging nietigheid dagvaarding en afwijzing verzoek onmiddellijke invrijheidstelling
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie heeft het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg te Sint Maarten, waarin de dagvaarding van de verdachte nietig werd verklaard wegens schending van de termijn van ten minste zeven dagen tussen betekening en terechtzitting.
De verdachte stelde hoger beroep in en verzocht om onmiddellijke invrijheidstelling. De procureur-generaal betoogde dat de verdachte niet-ontvankelijk was wegens gebrek aan belang, maar het Hof oordeelde dat de verdachte wel ontvankelijk was omdat het beroep gericht was tegen de voortzetting van de voorlopige hechtenis ondanks de nietigheid van de dagvaarding.
Het Hof bevestigde het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg, omdat het oordeel over de nietigheid van de dagvaarding niet onjuist was. Tevens werd het verzoek tot onmiddellijke invrijheidstelling afgewezen, mede omdat de voorlopige hechtenis krachtens artikel 105 lid 4 Sv Pro voor maximaal drie weken kan worden voortgezet en de behandeling van de zaak met een nieuwe dagvaarding was aangevangen.
Het Hof overwoog dat de beoordeling van de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie ten aanzien van de nieuwe dagvaarding buiten het kader van dit hoger beroep valt. Op grond van het gesloten stelsel van rechtsmiddelen werd het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis afgewezen.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de nietigheid van de dagvaarding en wijst het verzoek tot onmiddellijke invrijheidstelling af, waardoor de voorlopige hechtenis wordt voortgezet.