ECLI:NL:OGHACMB:2014:17
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- H.J. van Kooten
- F.J. Lourens
- M.C.B. Hubben
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gebrek aan rechtsmacht Sint Maartens hof bij echtscheidingsverzoek wegens ontbreken woonplaatstermijn
In deze zaak stond centraal of het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Sint Maarten rechtsmacht toekwam om een echtscheidingsverzoek te behandelen. De appellant stelde dat hij en zijn echtgenote al meer dan twaalf maanden woonachtig waren in Sint Maarten voorafgaand aan het verzoek. Het hof moest beoordelen of aan het vereiste van artikel 814 lid 1 sub b Rv Pro was voldaan, dat vereist dat een van de echtgenoten gedurende twaalf maanden woonplaats of gewone verblijfplaats in Sint Maarten heeft.
De appellant baseerde zijn stelling op inschrijving in de Basisadministratie Sint Maarten en een adres aldaar. De geïntimeerde betwistte dit en stelde dat zij en appellant het grootste deel van het jaar in Frankrijk verbleven, wat werd ondersteund door huwelijksdocumenten en het feit dat de woning in Sint Maarten werd verhuurd. Het hof concludeerde dat de administratieve inschrijving niet voldoende bewijs was voor daadwerkelijke woonplaats of verblijfplaats.
Het hof oordeelde dat appellant onvoldoende had onderbouwd dat hij of zijn echtgenote daadwerkelijk in Sint Maarten woonden gedurende de vereiste periode. Ook ontbrak een verklaring dat de woning in Sint Maarten de plaats was waar appellant regelmatig verbleef en waar hij de intentie had terug te keren. Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de beschikking van het Gerecht in eerste aanleg bevestigd. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat het geen rechtsmacht heeft omdat geen van de partijen twaalf maanden voorafgaand aan het verzoek woonplaats of gewone verblijfplaats in Sint Maarten had.