ECLI:NL:OGHACMB:2014:6
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatigheid uitleveringsdetentie en onmiddellijke invrijheidstelling opgeëiste persoon
De opgeëiste persoon werd op verzoek van de Amerikaanse autoriteiten aangehouden in het kader van een uitleveringsprocedure. Na eerdere beslissing van het Hof op 6 februari 2014, waarin de uitlevering werd afgewezen en onmiddellijke invrijheidstelling werd bevolen, werd de opgeëiste persoon opnieuw aangehouden op Sint Maarten.
Het Hof behandelde het verzoek tot opheffing of schorsing van deze uitleveringsdetentie en oordeelde dat op grond van artikel 40 van Pro het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden rechterlijke uitspraken binnen het gehele Koninkrijk gelijk bindend en ten uitvoer legbaar zijn. Hierdoor mocht de procureur-generaal niet opnieuw voorlopige aanhouding bevelen zolang de eerdere beslissing van kracht was.
De rechtbank concludeerde dat de uitleveringsdetentie onrechtmatig was en dat de opgeëiste persoon onmiddellijk moest worden vrijgelaten. Dit oordeel werd onderbouwd met verwijzing naar het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (artikel 5 lid 4 EVRM Pro) en jurisprudentie van de Hoge Raad over de rechtskracht van binnen het Koninkrijk gegeven rechterlijke uitspraken.
De beschikking werd gegeven na behandeling via videoverbinding waarbij alle betrokken partijen hun standpunten konden toelichten. De beslissing bevestigt de rechtskracht en uitvoerbaarheid van eerdere uitspraken binnen het Koninkrijk en beschermt de rechten van de opgeëiste persoon tegen onrechtmatige detentie.
Uitkomst: De uitleveringsdetentie van de opgeëiste persoon is onrechtmatig verklaard en onmiddellijke invrijheidstelling bevolen.