ECLI:NL:OGHACMB:2014:73

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
24 januari 2014
Publicatiedatum
16 december 2014
Zaaknummer
HLAR 55435/13
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.Th. Drop
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15, vijfde lid, aanhef en onder c, Landsverordening administratieve rechtspraakArt. 22, tweede lid, Landsverordening administratieve rechtspraakArt. 77, eerste lid, Landsverordening administratieve rechtspraakArt. 79, eerste en vierde lid, Landsverordening administratieve rechtspraakArt. 80, eerste lid, Landsverordening administratieve rechtspraak
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep minister wegens ontbreken gronden

De minister van Justitie heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao. Het hoger beroep voldeed echter niet aan de vereiste dat de gronden van het beroep duidelijk worden vermeld. De minister beperkte zich tot een algemene grief zonder nadere motivering.

Na een schriftelijke waarschuwing en een verlenging van de hersteltermijn heeft de minister geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om de gronden alsnog te specificeren. Op grond van de Landsverordening administratieve rechtspraak is het beroep daarom zonder inhoudelijke behandeling niet-ontvankelijk verklaard.

De uitspraak is gedaan door de voorzitter van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, waarbij tevens de mogelijkheid tot verzet binnen twee weken na verzending van de uitspraak is aangegeven.

Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de vereiste gronden.

Uitspraak

HLAR 55435/13
Datum uitspraak: 24 januari 2014
gemeenschappelijk hof van jusTitie
van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN
EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Uitspraak van de voorzitter van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, na vereenvoudigde behandeling (artikel 79, eerste en vierde lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak), op het hoger beroep van:
de minister van Justitie,
appellant,
tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 29 januari 2013 in zaak nr. Lar 2012/55435 in het geding tussen:
[naam partij]
en
appellant.

Procesverloop

Bij brief, bij het Hof ingekomen op 11 maart 2013 heeft de minister hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van het Gerecht van 29 januari 2013 in zaak nr. Lar 2012/55435.
Overwegingen
De minister heeft volstaan met het aanvoeren van wat hij zelf aanduidt als een algemene grief. Hij heeft daarin niet uiteengezet, met welke overwegingen in de aangevallen uitspraak hij zich niet kan verenigen en waarom dat zo is. Aldus heeft hij niet de gronden vermeld, waarop het hoger beroep berust en niet aan het bij artikel 15, vijfde lid, aanhef en onder c, van de Landsverordening administratieve rechtspraak (hierna: Lar), gelezen in verbinding met artikel 77, eerste lid, voor het instellen van hoger beroep gestelde vereiste voldaan. Bij brief van 15 maart 2013 is de minister op dit verzuim gewezen en is hij tot en met 12 april 2013 in de gelegenheid gesteld het te herstellen. Bij brief van 12 april 2013 is deze termijn tot en met 10 mei 2013 verlengd. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Lettend op artikel 22, tweede lid, gelezen in verbinding met artikel 79, eerste en vierde lid, van de Lar, ziet de voorzitter hierin aanleiding het hoger beroep, zonder behandeling ervan ter zitting, niet‑ontvankelijk te verklaren.
Beslissing
De voorzitter van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

verklaart het hoger beroep niet‑ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. N.A. Martines, griffier.
w.g. Drop
voorzitter
w.g. Martines
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 24 januari 2014
Verzonden:
Voor eensluidend afschrift,
de griffier,
voor deze,
Tegen deze uitspraak kan verzet worden gedaan bij het Hof (artikel 80, eerste lid van de Landsverordening administratieve rechtspraak, gelezen in verbinding met artikel 79, vierde lid).
- Verzet dient binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak te worden gedaan.
- In het verzetschrift moet gemotiveerd worden aangegeven met welke overwegingen in de uitspraak de indiener het niet eens is.
- Indien de indiener over het verzet door het Hof wenst te worden gehoord, dient dit in het verzetschrift te worden gevraagd. Het horen gebeurt dan
uitsluitendover het verzet.