Uitspraak
24 juli 2013 in zaak nr. 2011/52972 in het geding tussen:
Procesverloop
Ingevolge artikel 5, eerste lid, voor zover thans van belang, heeft de werknemer, die als gevolg van het ongeval geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt is, recht op een uitkering in geld, genaamd ongevallengeld, met ingang van de dag na die van de melding van het ongeval bij de bank.
Ingevolge het tweede lid bedraagt het ongevallengeld bij gehele arbeidsongeschiktheid per dag:
a. gedurende de eerste 52 weken: 100% van het dagloon van de werknemer;
b. voor de verdere duur: 80% van het dagloon van de werknemer.
Ingevolge het vierde lid bedraagt het ongevallengeld per dag bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid gedurende de in het tweede lid genoemde tijdvakken een in een evenredige verhouding tot het percentage van de arbeidsongeschiktheid staand deel van de in het tweede lid vermelde percentages van het dagloon.
In het rapport wordt geconcludeerd dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant, bepaald aan de hand van de McBride-tabellen, uitgaande van de functie “truck driver”, 36% bedraagt.
Voorts heeft de arts nader lichamelijk onderzoek gedaan, waarbij de meest recente medische informatie over appellant is betrokken. De bevindingen zijn neergelegd in een rapport van 29 januari 2013. Deze bevindingen hebben de SVB geen aanleiding gegeven tot een ander oordeel.
Het betoog faalt.
Beslissing
bevestigt de aangevallen uitspraak.
de griffier,
voor deze,