Uitspraak
Openbare zitting op 10 april 2014 om 9.30 uur.
Tegenwoordig:
Verschenen:
De minister, vertegenwoordigd door mr. M.N. Hoeve, advocaat.
bevestigt de aangevallen uitspraak.
de griffier,
voor deze,
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze bestuursrechtelijke zaak stond de vraag centraal of een brief van de minister, waarin werd gewaarschuwd voor een mogelijke intrekking van een concessie, kon worden aangemerkt als een beschikking waartegen beroep mogelijk is. De appellanten, drie naamloze vennootschappen gevestigd te Sint Maarten, hadden tegen de uitspraak van de rechtbank in eerste aanleg hoger beroep ingesteld.
Het Hof oordeelde dat de brief van 18 maart 2010 van de minister slechts een waarschuwing bevatte dat tot intrekking van de concessie zou worden besloten indien niet binnen een jaar aan bepaalde verplichtingen werd voldaan. Deze brief was niet gericht op het in het leven roepen van een publiekrechtelijk rechtsgevolg en kwalificeerde daarom niet als een beschikking.
Daarmee was de brief niet aan te merken als een besluit waartegen beroep mogelijk is. Het hoger beroep werd dan ook ongegrond verklaard. Het Hof zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak bevestigt de grenzen van het bestuursrechtelijk beroep tegen waarschuwingen zonder directe rechtsgevolgen.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard omdat de brief geen beschikking is waartegen beroep mogelijk is.