Uitspraak
1. binnen zes weken nabij de zeezijde een extra mobiele pompinstallatie te plaatsen met een zodanige pompcapaciteit, dat een waterlevering naar het terrein van minimaal 10.000 liter per minuut mogelijk is;
2. ervoor te zorgen dat vierentwintig uur per dag toezicht is op het terrein met het oog op het vroegtijdig detecteren van brandgevaar;
In het DCMR-rapport staat het volgende:
“Een rondgang over het terrein heeft geleerd dat:
- Curoil niet beschikt over bluswaterpompen, mobiele bluswater- en/of schuimpompen;
- Het onduidelijk is of de bluswatervoorraad voldoende is voor het blussen van een tankbrand en/of een tankputbrand;
- De schuimblusinstallatie is afgekoppeld en niet functioneert;
- Curoil niet beschikt over enige vorm van branddetectie. Alleen overdag is er iemand van Curoil aanwezig voor avond en nachtperiode is er niemand aanwezig om brand te detecteren;
- Er koelvoorzieningen op de tanks aanwezig zijn maar deze niet goed de gehele omtrek of oppervlak van de tank koelen;
- Dat niet duidelijk is of de koelcapaciteit voldoende is om aan de gangbare NFPA30 normen te voldoen;
- De opslagtanks te dicht op elkaar staan, waardoor bij een tankbrand zoveel warmte kan worden gegenereerd dat een naast gelegen tank ook gaat branden. Extra koelcapaciteit kan een motivering zijn om dit te accepteren als bevoegd gezag. Echter het is al onduidelijk of aan de koelwaternorm wordt voldaan bij voldoende afstand;
- De tankput inhoud waarschijnlijk te klein is en er zich een gat bevindt in de tankputwand voor de doorvoer van een leiding naar de pompput. Hiermee is de bestaande effectieve tankput inhoud gehalveerd;
- Er geen blusvoorzieningen aanwezigheid zijn bij de tankauto belading;
- Er begroeiing van 20 cm hoog aanwezig is in de tankput en leidingstraten;
- De opslagtanks niet beschikken over een hoogniveau alarm beveiliging om het overvullen van tanks tegen te gaan;
- Afsluiters voor bediening van vulleidingen en afsluiters om het koelwater te soupleren over de tanks, zich te dicht bij de tanks bevinden. Hoogstwaarschijnlijk binnen de 3 kW/m2 contour afstand en dus buiten het bereik van een brandweerman in beschermende kleding. Met andere woorden bij een brand kunnen deze afsluiters waarschijnlijk niet bediend worden;
- De onderhoudsgegevens van de opslagtanks en leidingen niet op de inrichting aanwezig zijn. Deze zouden op Curaçao moeten zijn.
Al deze bevindingen worden bevestigd door de PGS analyse die door Royal Haskoning in opdracht van Curoil is uitgevoerd en bij de aanvraag voor de vergunning is gevoegd.
Conclusie: een brandincident bij Curoil zal waarschijnlijk pas in een laat stadium worden gedetecteerd en zich mede door het ontbreken van brandblusvoorzieningen kunnen door ontwikkelen tot een brand waarbij alle tanks in de tankput mee doen.”
In het DGMI-rapport staat dat in de toestand ten tijde van de audit, de inrichting niet veilig is voor de op- en overslag van benzine en diesel. Als zogenoemd maatgevend scenario wordt een tankbrand met escalatie naar volledige tankputbrand, waarbij alle tanks bezwijken en de brandende vloeistof over de rand van de tankput zal uitstromen tot buiten het terrein van Curoil, vermeld. Voorts is vermeld dat binnen de effectafstand kwetsbare objecten staan, waaronder verscheidene woningen, de tankput onvoldoende groot is om de inhoud van de tanks, inclusief het benodigde blus/koelwater, te kunnen bevatten, waardoor de inhoud zal afstromen naar de zee en de brandstofvoorziening van het eiland zal wegvallen en denkbaar is dat door de ligging in de directe nabijheid van het Water- en Energiebedrijf Bonaire, de drinkwatervoorziening van Bonaire in gevaar komt.
De door Curoil overgelegde FPC rapporten bevatten een ontkenning, noch weerlegging van de in het DCMR‑rapport en het DGMI‑rapport vermelde tekortkomingen op het gebied van brandveiligheid in de inrichting van Curoil. Evenmin wordt in die rapporten de conclusie van het DCMR‑rapport dat een brandincident bij Curoil waarschijnlijk pas in een laat stadium zal worden ontdekt en zich mede door het ontbreken van blusvoorzieningen door zal kunnen ontwikkelen tot een brand, waarbij alle tanks in de tankput meedoen, gemotiveerd weersproken. Het Gerecht heeft onder die omstandigheden met juistheid in het in beroep aangevoerde geen grond gevonden voor het oordeel dat de gezaghebber zich op grond van de bevindingen uit het DCMR‑rapport en het DGMI‑rapport, niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de inrichting van Curoil zodanige tekortkomingen vertoont, dat een beginnende brand binnen de inrichting zich wegens het ontbreken van voldoende brandblusvoorzieningen kan uitbreiden tot een tankputbrand en daarmee ernstige vrees bestaat voor een ramp of zwaar ongeval. Dat, naar Curoil stelt, zij de in de beschikking van 31 oktober 2013, onder B en C vermelde beheersmaatregelen in reactie op het eerder door de Gezaghebber op 7 oktober 2013 aan haar gegeven noodbevel reeds had gerealiseerd, heeft het Gerecht voorts met juistheid geen grond gegeven voor het oordeel dat de Gezaghebber het noodbevel niet mocht geven, nu bij de beschikking van 31 oktober 2013 het op 7 oktober 2013 gegeven noodbevel, waarin die beheersmaatregelen voor het eerst aan Curoil werden gegeven, is ingetrokken, die beheersmaatregelen erop gericht waren om het gevaar voor een ramp of zwaar ongeval te beperken en de Gezaghebber het met het oog daarop ook na intrekking van het noodbevel van 7 oktober 2013, in aanmerking genomen de ernst van de tekortkomingen voorafgaand aan beide beschikkingen, noodzakelijk kon achten dat naleving van die beheersmaatregelen verzekerd bleef.
Het betoog faalt.
- indien er op korte termijn geen schip met brandstof kan worden gelost, de energievoorziening op Bonaire in gevaar komt met maatschappelijke ontwrichting als gevolg;
- op 31 oktober 2013 een progress rapport is opgesteld om vast te stellen in hoeverre Curoil de beheersmaatregelen heeft geïmplementeerd;
- Curoil blijkens dit rapport aan dertien beheersmaatregelen heeft voldaan
- Curoil niet aan de beheersmaatregel om een extra mobiele pompinstallatie te plaatsen nabij de zeezijde met een zodanige pompcapaciteit dat een waterlevering naar het terrein van minimaal 10.000 liter per minuut mogelijk is heeft voldaan, omdat deze niet tijdig kon worden geleverd;
- hierin kan worden voorzien door het tijdelijk plaatsen van pompen door het openbaar lichaam Bonaire en het Brandweerkorps Caribisch Nederland;
- geconcludeerd kan worden dat de veiligheid thans voldoende gewaarborgd is om het noodbevel van 7 oktober 2013 in te trekken;
- het, gelet op de veiligheid en de gezondheid van de bevolking van Bonaire, dringend noodzakelijk is Curoil te bevelen om een permanente voorziening te treffen welke bestaat uit het plaatsen van pompen met een minimale capaciteit van 10.000 liter per minuut;
- de thans door Curoil getroffen maatregelen in stand moeten worden gehouden, teneinde de veiligheid en gezondheid van de bevolking van Bonaire te blijven waarborgen.
- het, gelet op het borgen van de energievoorziening van het eiland, noodzakelijk is dat op een veilige wijze bij Curoil schepen gelost en geladen kunnen worden.
In hetgeen Curoil in beroep heeft aangevoerd heeft het Gerecht met juistheid geen grond gezien voor het oordeel dat de gezaghebber die beschikking aldus ontoereikend of onvoldoende kenbaar heeft gemotiveerd.
Beslissing
bevestigtde aangevallen uitspraak.
wijsthet verzoek om schadevergoeding
af.
de griffier,
voor deze,