ECLI:NL:OGHACMB:2015:15

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
9 oktober 2015
Publicatiedatum
27 november 2015
Zaaknummer
HLAR 72807/2015
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15 LarArt. 22 LarArt. 77 Lar
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen weigering tewerkstellingsvergunning

Appellant, handelend onder de naam Jimmy’s Snack Bar & Restaurant, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten die zijn beroep tegen de weigering van een tewerkstellingsvergunning ongegrond verklaarde.

In het hoger beroep heeft appellant niet concreet aangegeven tegen welke overwegingen van de bestreden uitspraak hij zich verzet en waarom. Hierdoor voldoet hij niet aan de vereisten van artikel 15, vijfde lid, aanhef en onder c, gelezen in verbinding met artikel 77, eerste lid, van de Landsverordening arbeidsvergunningen en -recht (Lar).

De gemachtigde van appellant kreeg de gelegenheid om dit gebrek te herstellen, maar heeft hiervan geen gebruik gemaakt. Het Hof verklaart daarom het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

De zaak is behandeld op 25 augustus 2015, waarbij beide partijen werden vertegenwoordigd door advocaten. Het vonnis is uitgesproken op 9 oktober 2015.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van voldoende gronden.

Uitspraak

HLAR 72807/2015
Datum uitspraak: 9 oktober 2015
gemeenschappelijk hof van jusTitie
van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN
EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Uitspraak op het hoger beroep van:
[Appellant], h.o.d.n. Jimmy’s Snack Bar & Restaurant, wonend in Sint Maarten
appellant,
tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten van
26 januari 2015 in zaaknr. Lar 69/2014, in het geding tussen:
appellant
en
de minister van Volksgezondheid, Sociale Ontwikkeling en Arbeid (hierna: de minister)

Procesverloop

Bij beschikking van 19 april 2013 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem vergunning te verlenen om [de vreemdeling] te werk te stellen afgewezen.
Bij beschikking van 14 maart 2014 heeft de minister het door appellant daartegen gemaakt bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 26 januari 2015 heeft het Gerecht het door appellant daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft appellant hoger beroep ingesteld.
Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 25 augustus 2015, waar appellant, vertegenwoordigd door mr. B.B. Brooks, advocaat, en de minister, vertegenwoordigd door mr. A.O. Muller, advocaat, zijn verschenen.
Overwegingen
1. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij het beroep heeft ingesteld om al zijn rechtsmiddelen uit te putten, zodat hij na een jaar opnieuw een aanvraag tewerkstellingsvergunning kan indienen. Hij heeft niet uiteengezet, met welke overwegingen in de aangevallen uitspraak hij zich niet kan verenigen en waarom dat zo is. Aldus heeft hij niet de gronden vermeld, waarop het hoger beroep berust en niet aan het bij artikel 15, vijfde lid, aanhef en onder c, gelezen in verbinding met artikel 77, eerste lid, van de Lar voor het instellen van hoger beroep gestelde vereiste voldaan.
Bij brief van 26 maart 2015 is de gemachtigde van appellant in de gelegenheid gesteld dat verzuim binnen een daarvoor gestelde termijn te herstellen. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Gelet op artikel 22, tweede lid van de Lar, ziet het Hof hierin aanleiding om het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. E.J. van der Poel, voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. A.W.M. Bijloos, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.E.B. de Haseth, griffier.
w.g. Van der Poel
voorzitter
w.g. De Haseth
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 9 oktober 2015.
Verzonden:
Voor eensluidend afschrift,
de griffier,
voor deze,