ECLI:NL:OGHACMB:2015:53
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- G.C.C. Lewin
- S. Verheijen
- M.L.J. Koopmans
- Rechtspraak.nl
Beslissing over het horen van getuige in civiele procedure over eigendom schoolgebouw en erfpacht
In deze civiele procedure tussen appellant en Interbusiness Holding staat centraal of appellant ten tijde van de overeenkomst van 20 juni 2011 wist dat de eigendom van het schoolgebouw en het perceel niet toebehoorden aan de betreffende partij. Het Hof had Interbusiness Holding eerder opgedragen bewijs te leveren omtrent deze wetenschap.
Interbusiness Holding verzocht om een extra getuige te horen die betrokken was bij een financieringsaanvraag van appellant in december 2011. Appellant verzette zich hiertegen met het argument dat dit verzoek de procedure onnodig zou vertragen en dat de getuige niet relevant zou zijn.
Het Hof overwoog dat het recht om getuigen te horen slechts beperkt wordt door de goede procesorde en dat het belang van waarheidsvinding zwaar weegt. De getuige was niet eerder gehoord en zijn betrokkenheid bij relevante feiten kan aanwijzingen opleveren. Het verzet van appellant werd daarom verworpen.
Het Hof besloot Interbusiness Holding toe te staan de getuige bij exploot op te roepen en het getuigenverhoor te plannen, waarbij verdere beslissingen werden aangehouden. Hiermee wordt het belang van een volledige bewijsopdracht en goede procesorde gewaarborgd.
Uitkomst: Het Hof staat toe dat Interbusiness Holding een aanvullende getuige hoort en bepaalt het tijdstip en de plaats van het getuigenverhoor.