Uitspraak
[appellante],
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze zaak staat een huurgeschil centraal tussen Prestige Enterprises N.V. en Standard Enterprises Limited over een bedrijfsruimte in Sint Maarten. Standard verhuurde de ruimte aan Prestige, die een aanzienlijke huurachterstand had en de ruimte in 2011 ontruimde. Standard vorderde betaling van de huurachterstand, toepassing van de actio Pauliana wegens overdracht van goederen van Prestige aan [appellante], en proceskosten.
De rechtbank in eerste aanleg had de actio Pauliana toegewezen en Prestige veroordeeld tot betaling van de huurachterstand. In hoger beroep werd dit vonnis vernietigd. Het hof oordeelde dat Standard onvoldoende bewijs had geleverd dat goederen om niet waren overgedragen en dat er geen sprake was van onrechtmatig handelen door [appellante]. De huurachterstand werd bevestigd op US$ 44.078,13 met rente en incassokosten.
Daarnaast wees het hof de reconventionele vorderingen van Prestige af, waaronder een huurverlaging en vergoeding voor aangebrachte shutters, omdat onvoldoende bijzondere omstandigheden waren gesteld. De proceskosten werden in het geschil tussen Prestige en Standard gecompenseerd, terwijl Standard in het geschil met [appellante] werd veroordeeld in de proceskosten.
Het vonnis werd gewezen door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en uitgesproken op 11 december 2015.
Uitkomst: Prestige wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand met rente en incassokosten, terwijl de actio Pauliana en overige vorderingen worden afgewezen.