ECLI:NL:OGHACMB:2015:92

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
5 juni 2015
Publicatiedatum
1 maart 2017
Zaaknummer
AR 14/2013 - ghis 72290 - H 73/2015
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 20 lid 2 sub f Landsbesluit tarieven in burgerlijke zakenArt. 20 leden 3, 6 en 7 Landsbesluit tarieven in burgerlijke zaken
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verval van hoger beroep wegens niet-betaling nageheven griffierecht in civiele zaak over perceeloverdracht

In deze civiele procedure is het hoger beroep ingesteld door een rechtspersoon naar vreemd recht tegen een vonnis van de rechtbank Sint Maarten betreffende een bevel tot medewerking aan de overdracht van een perceel en een boetebeding.

Het Hof heeft vastgesteld dat het griffierecht in hoger beroep op basis van de waarde van het geschil (minimaal US$ 150.000) hoger is dan het reeds betaalde bedrag, waardoor een nageheven bedrag van NAf 4.440,00 moet worden voldaan.

De appellant krijgt een termijn van zes weken om dit bedrag te betalen, bij gebreke waarvan het hoger beroep vervalt. De zaak wordt verwezen naar de rol om de appellant in de gelegenheid te stellen een betalingsbewijs te overleggen. Het Hof houdt verdere beslissing aan.

De uitspraak betreft een procedureel geschil over griffierecht en verval van het hoger beroep, zonder inhoudelijke beoordeling van de zaak zelf.

Uitkomst: Het hoger beroep vervalt bij niet-betaling van het nageheven griffierecht binnen zes weken.

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2015 Vonnis no.:
Registratienummer: AR 14/2013 - ghis 72290 - H 73/2015
Uitspraak: 5 juni 2015
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
V O N N I S
in de zaak van:
de rechtspersoon naar vreemd recht
[APPELLANTE],
gevestigd op Anguilla,
oorspronkelijk gedaagde,
thans appellante,
gemachtigde: mr. B. Brooks,
tegen
[GEÏNTIMEERDE],
wonende in Sint Maarten,
oorspronkelijk eiseres,
thans geïntimeerde,
gemachtigden: mrs. J. Veen en A.J. Engelsma.
De partijen worden hierna [appellante] en [geïntimeerde] genoemd.

1.Het verloop van de procedure

1.1
Bij akte van appel van 8 april 2014 is [appellante] in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen en op 25 februari 2014 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten (verder: GEA).
1.2
Bij op 20 mei 2014 ingekomen memorie van grieven, met producties, heeft [appellante] zes (niet correct doorgenummerde) grieven tegen het vonnis aangevoerd en toegelicht. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het vonnis zal vernietigen en de vorderingen van [geïntimeerde] alsnog zal afwijzen, met veroordeling van [geïntimeerde] in de proceskosten in beide instanties.
1.3
Bij memorie van antwoord heeft [geïntimeerde] de grieven bestreden. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het bestreden vonnis zal bevestigen, met veroordeling van [appellante] in de proceskosten in hoger beroep.
1.4
Op de daarvoor nader bepaalde dag hebben partijen pleitnotities overgelegd. Vonnis is gevraagd en bepaald op heden.

2.De beoordeling

2.1
In dit geding heeft [geïntimeerde], verkort weergegeven, een bevel gevorderd tot medewerking van [appellante] aan de overdracht van een perceel aan [geïntimeerde], met de bepaling dat het vonnis zo nodig in de plaats treedt van de medewerking van [appellante], en betaling van US$ 150.000,00 aan [geïntimeerde] ingevolge een boetebeding, met de bepaling dat [geïntimeerde] dit bedrag in mindering mag brengen op de onder de notaris te storten koopsom. Het GEA heeft de vorderingen toegewezen. Daartegen is het hoger beroep gericht.
2.2
Bij deze vorderingen bestaat een direct geldelijk belang dat kan worden gewaardeerd op minimaal US$ 150.000,00. Bij een wisselkoers van 1,78 komt dit bedrag overeen met NAf 267.000,00.
Ingevolge art. 20 lid 2 sub f jo Pro. art. 20 leden Pro 3, 6 en 7 van het Landsbesluit tarieven in burgerlijke zaken moet daarom in hoger beroep een griffierecht geheven worden dat als volgt wordt berekend:
het tweevoud van 1% van NAf 267.000,00 = NAf 5.340,00.
Er is in hoger beroep reeds NAf 900,00 aan griffierecht geheven. Het verschil ad NAf 4.440,00 wordt nageheven.
[appellante] zal voor betaling hiervan een termijn worden gegund van zes weken na heden, dus tot 17 juli 2015. Indien het nageheven bedrag niet tijdig wordt betaald, leidt dat in beginsel tot vervallenverklaring van het hoger beroep.
De zaak zal naar de rol worden verwezen om [appellante] in de gelegenheid te stellen bij akte een kwitantie over te leggen waaruit blijkt dat zij tijdig het nageheven bedrag aan griffierecht heeft betaald. Nu de hoogte van het griffierecht [geïntimeerde] niet aangaat, zal geen gelegenheid worden geboden voor een antwoordakte.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
verwijst de zaak naar de rol van vrijdag 28 augustus 2015 in Sint Maarten (met ambtshalve toevoeging van rolaanduiding P3) voor akte uitlating griffierecht aan de zijde van [appellante];
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, S. Verheijen en F.J. Lourens, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao,
Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Sint Maarten uitgesproken op 5 juni 2015 in tegenwoordigheid van de griffier.