ECLI:NL:OGHACMB:2016:100

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
30 augustus 2016
Publicatiedatum
14 november 2016
Zaaknummer
AR 1400/14 - ghis 75953 - H 329/15
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot verificatie woonadres en oproeping geïntimeerde in hoger beroep

In deze civiele procedure tussen Island Finance Aruba N.V. en geïntimeerde heeft het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba op 30 augustus 2016 een tussenvonnis gewezen. Het hof constateerde dat de verificatie van het woonadres van geïntimeerde niet was uitgevoerd, ondanks eerdere instructies.

Island Finance had een akte met producties ingediend, maar pogingen tot betekening van processtukken via Expresspost op het eerste adres van geïntimeerde waren mislukt. Een tweede adres werd aangeschreven. Geïntimeerde was niet verschenen op de rolzitting van 21 juni 2016 en had geen antwoordakte ingediend.

Het hof droeg de griffie op het tussenvonnis aan een deurwaarder te bezorgen, die vervolgens de verificatie van het woonadres, betekening van het tussenvonnis en oproeping tot verschijnen op de zitting van 20 september 2016 moest verzorgen. De kosten hiervan moesten door Island Finance worden voorgeschoten. De zaak werd aangehouden voor nadere beoordeling na verschijning van geïntimeerde.

Uitkomst: Het hof draagt op tot verificatie woonadres, betekening en oproeping geïntimeerde met aanhouding van verdere beslissing.

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2016 Vonnis no.:
Registratienummer: AR 1400/14 - ghis 75953 - H 329/15
Uitspraak: 30 augustus 2016
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
V O N N I S
in de zaak van:
de naamloze vennootschap
ISLAND FINANCE ARUBA N.V.,
gevestigd in Aruba,
oorspronkelijk eiseres,
thans appellante,
gemachtigde: mr. M.E.D. Brown,
tegen
[GEÏNTIMEERDE],
wonende in Aruba,
oorspronkelijk gedaagde,
thans geïntimeerde,
niet verschenen in hoger beroep.
De partijen worden hierna Island Finance en [geïntimeerde] genoemd.

1.Het verdere verloop van de procedure

Bij vonnis van van 19 januari 2016 heeft het Hof een dictum over betekening uitgesproken en de zaak naar de rol verwezen.
Op 19 april 2016 heeft Island Finance een akte ingediend, met producties.
De Hofgriffie heeft een brief d.d. 28 april 2016 naar [geïntimeerde] gestuurd op het adres [adres 1]. Deze brief is met Expresspost gestuurd en teruggekomen, voorzien van een stempel waarop staat aangekruist dat de geadresseerde niet op dat adres bekend is.
De Hofgriffie heeft een brief d.d. 31 mei 2016 naar [geïntimeerde] gestuurd op het adres [adres 2].
Op de rolzitting van 21 juni 2016 is akte verleend van het niet dienen van een antwoordakte door [geïntimeerde], die niet was verschenen.

2.De verdere beoordeling

Uit het dossier blijkt niet dat uitvoering is gegeven aan het eerste dictum van het tussenvonnis van 19 januari 2016. Het Hof zal een nieuw dictum van dezelfde strekking geven in een wat meer uitgewerkte vorm.
De gemachtigde van Island Finance wordt in overweging gegeven ook zelf zo veel mogelijk te bevorderen dat de in het dictum omschreven verificatie, betekening en oproeping tijdig plaatsvinden en dat er op de Hofrolzitting geen misverstanden ontstaan over de stand van het geding.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
draagt de Hofgriffie op een afschrift van dit tussenvonnis ter hand te stellen aan een deurwaarder in Aruba;
draagt de deurwaarder aan wie het afschrift van dit tussenvonnis ter hand zal worden gesteld, op:
a) het woonadres van [geïntimeerde] te verificeren;
b) dit tussenvonnis, alsmede de akte van appel en de memorie van grieven te betekenen aan [geïntimeerde];
c) [geïntimeerde] op te roepen te verschijnen op dinsdag 20 september 2016 om 8.30 uur op de Hofrolzitting in het Gerechtsgebouw in Aruba;
bepaalt dat de kosten van de hiervoor omschreven verificatie, betekening en oproeping dienen te worden voorgeschoten door Island Finance;
verwijst de zaak naar de rolzitting van dinsdag 20 september 2016 om 8.30 uur voor nadere beoordeling van de oproeping van [geïntimeerde] in hoger beroep dan wel beslissing over het verdere verloop van de procedure na diens verschijning;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mrs. J. de Boer, G.C.C. Lewin en D. Radder, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao,
Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba uitgesproken op 30 augustus 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.