Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
3.De beoordeling
B E S L I S S I N G
NAf 4.068,91, te vermeerderen met wettelijke rente over het bedrag dat op de veertiende dag na die van dit vonnis nog niet is betaald.
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze zaak vordert de vader ontruiming van een huurperceel en toegang tot dat perceel, stellende dat hij de huurder is en de dochter niet. Het Gerecht in eerste aanleg wees de vorderingen af wegens onzekerheid over wie de huurder is. De vader kwam hiertegen in hoger beroep en verzocht tevens om kosteloze procesvoering.
Het Hof verleent de vader kosteloze procesvoering vanwege zijn onvermogen en bevestigt het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg. Het Hof oordeelt dat de door de vader aangevoerde bezwaren tegen de verklaring van overdracht van huurrechten onvoldoende aannemelijk zijn en dat nader feitenonderzoek in kort geding niet mogelijk is.
Daarom wordt de vordering afgewezen. Het Hof adviseert partijen hun geschil over de huurrechten in een bodemprocedure te brengen, eventueel met betrokkenheid van de eigenaar van het perceel. De vader wordt veroordeeld in de proceskosten van de dochter in hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bevestigt het vonnis dat de vorderingen tot ontruiming worden afgewezen wegens onvoldoende duidelijkheid over de huurrechten.