Uitspraak
1.Het verdere verloop van de procedure
2.De verdere beoordeling
allestrafvorderlijke dwangmiddelen.
effective remedyom tegen die schending op te komen."
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze civiele zaak vordert de wettelijk vertegenwoordigster van een minderjarige schadevergoeding van het Land Aruba wegens het optreden van een arrestatieteam dat schoten loste tijdens een poging tot aanhouding in verband met een uitleveringsverzoek van de Verenigde Staten.
Het Hof overweegt dat de gevorderde schadevergoeding onder art. 6:108 BW Pro valt en tevens als schade in de zin van art. 178 Sv Pro moet worden beschouwd, aangezien het optreden van het arrestatieteam een strafvorderlijk dwangmiddel betreft. Hoewel uitleveringsverzoeken niet expliciet in het Wetboek van Strafvordering zijn geregeld, kwalificeert het Hof het optreden als strafvorderlijk vanwege het dwingende karakter gericht op uitlevering.
Het Hof oordeelt dat de civiele rechtsgang voor schadevergoeding in deze context niet openstaat, mede gelet op de waarborgen van art. 6 EVRM Pro en de interpretatie van art. 179 lid 1 Sv Pro. Hierdoor worden de vorderingen van de eisers niet-ontvankelijk verklaard en wordt het vonnis waarvan beroep vernietigd. Tevens worden de eisers veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: De vorderingen tot schadevergoeding worden niet-ontvankelijk verklaard en het vonnis waarvan beroep wordt vernietigd.