Uitspraak
[APPELLANTE 3],
[APPELLANTE 4],
[GEÏNTIMEERDE 1],
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze zaak gaat het om een geschil tussen Curaçao Watersports c.s. en [geïntimeerde 1] c.s. en Papagayo over de huurovereenkomst van een gebouw op het strand van Papagayo voor watersportactiviteiten. Curaçao Watersports c.s. stelt dat Papagayo onrechtmatig heeft gehandeld door de huurovereenkomst met [geïntimeerde 1] te sluiten terwijl zij daarover onderhandelden en investeringen hadden gedaan.
De feiten betreffen de intentieverklaring van juli 2013, de oprichting van Curaçao Watersports, de bouw van het gebouw en de onderhandelingen over het huurcontract. Papagayo besloot uiteindelijk geen recht van opstal toe te voegen en sloot een huurovereenkomst met [geïntimeerde 1] in mei 2014, wat leidde tot het afbreken van de onderhandelingen met Curaçao Watersports.
Het Hof oordeelt voorshands dat er sprake is van een huurovereenkomst tussen Papagayo en Curaçao Watersports of dat de onderhandelingen zo ver gevorderd waren dat Papagayo niet vrij was deze zonder schadeplicht te beëindigen. Ook is voorshands aannemelijk dat [geïntimeerde 1] onrechtmatig handelde door de huurovereenkomst op eigen naam te zetten en de samenwerking met Curaçao Watersports te saboteren.
Het Hof wijst het gevorderde verbod op het aangaan van een huurovereenkomst met derden af vanwege de verstoorde verhoudingen, maar veroordeelt [geïntimeerde 1] en Papagayo tot betaling van voorschotten op schadevergoeding. De proceskosten worden gecompenseerd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het Hof veroordeelt geïntimeerden tot betaling van voorschotten op schadevergoeding en vernietigt het vonnis van eerste aanleg.