Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
- a)
- b)
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze zaak staat centraal of het Land Aruba gehouden is om 100% van de kosten van het bijzonder onderwijs te vergoeden, en of SKOA, een particuliere onderwijsinstelling, gerechtigd is schoolgeld te heffen. SKOA had het schoolgeld verhoogd en een aircogeld ingevoerd, wat door ouders van leerlingen werd betwist met het argument dat onderwijs gratis zou moeten zijn.
Het Hof overweegt dat noch de Staatsregeling van Aruba noch de onderwijsverordeningen een recht op gratis onderwijs vastleggen. Internationale verdragen zoals het IVRK en IVESC verplichten Aruba slechts tot geleidelijke invoering van gratis onderwijs, maar scheppen geen directe rechten tussen burgers en onderwijsinstellingen. De zorgplicht van het Land is afhankelijk van beschikbare financiële middelen en de vergoeding aan bijzondere scholen is gemaximeerd.
Daarom is SKOA gerechtigd schoolgeld te heffen om niet door het Land gedekte kosten te dekken. De hoogte van het schoolgeld wordt niet als belemmering voor de toegankelijkheid van het onderwijs gezien, mede omdat betalingsregelingen mogelijk zijn en bijzondere bijstand kan worden verkregen. Het aircogeld is niet verplicht en heeft geen gevolgen voor inschrijving.
Het Hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van de ouders af. Tevens worden de ouders veroordeeld in de proceskosten van SKOA in eerste aanleg en hoger beroep.
Uitkomst: Het Hof wijst de vorderingen van de ouders af en bevestigt dat SKOA gerechtigd is schoolgeld te heffen.