ECLI:NL:OGHACMB:2016:72
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- S. Verheijen
- H.J. Fehmers
- F.V.L.M. Wannyn
- Rechtspraak.nl
Vaststelling redelijk loon en toewijzing restant factuur in overeenkomst van opdracht
In deze civiele zaak stond centraal de vraag of PAC gehouden was het restant van een factuur van PSS te voldoen, voortvloeiend uit een mondelinge overeenkomst van opdracht voor het project “Parkeer Beheer Willemstad Curaçao”. PSS stelde dat zij recht had op een vergoeding van maximaal 10% van de aanneemsom, terwijl PAC betwistte dat er een prijsafspraak was gemaakt en stelde dat het reeds betaalde bedrag een redelijke vergoeding vormde.
Het Hof oordeelde dat PSS ontvankelijk was in haar vordering en dat er geen twijfel bestond over het bestaan van de overeenkomst, maar dat de hoogte van het loon niet was vastgesteld. Op grond van artikel 7:405 lid 2 BW Pro is dan een redelijk loon verschuldigd. Het Hof stelde vast dat PSS onvoldoende had gemotiveerd dat ook andere kosten dan arbeidsloon in aanmerking moesten worden genomen en ging uit van het door PAC niet weersproken arbeidsloon van NAf 12.500 per maand.
Na verrekening van reeds gedane betalingen kwam het Hof tot een restantvordering van NAf 21.032,80, vermeerderd met wettelijke rente. De vordering tot schadevergoeding en incassokosten werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Het Hof vernietigde het vonnis van eerste aanleg en veroordeelde PAC tot betaling van het restant, alsmede in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: PAC is veroordeeld tot betaling van NAf 21.032,80 vermeerderd met wettelijke rente en in de proceskosten.