Uitspraak
1.[APPELLANT sub 1]
2. [APPELLANTE sub 2]
1. Het verloop van de procedure
3.BESLISSING
veroordeelt [appellanten] hoofdelijk in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van het Land begroot op NAf 5.421,50,
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Appellanten verkreeg in 1980 een erfpachtrecht op een stuk grond nabij de Great Salt Pond en heeft door landaanwinning drie nieuwe percelen gecreëerd, waaronder het derde perceel van circa 417 m2. Appellanten gebruikte deze percelen exclusief en oefende er een bedrijf uit. In 2010 diende hij verzoeken in om het derde perceel in erfpacht te verkrijgen, wat het Land betwistte.
Het Gerecht in eerste aanleg wees de vordering van appellanten af omdat hij zich niet als bezitter van het derde perceel had gedragen, maar juist had getracht het recht van erfpacht te verkrijgen. Appellanten ging hiertegen in hoger beroep met drie grieven.
Het Hof oordeelde dat de verzoeken van appellanten in 1994 en 2010 duidelijk betrekking hadden op het derde perceel en dat hij wist dat het eigendom bij het Land lag. Zijn wil was gericht op het verkrijgen van erfpacht, niet op bezit als eigenaar. Dit betekent dat hij niet ondubbelzinnig als bezitter kon worden aangemerkt en dus geen verkrijgende verjaring heeft voltooid.
Het Hof bevestigde het vonnis van de eerste aanleg en veroordeelde appellanten hoofdelijk in de proceskosten. De proceskosten werden begroot op NAf 5.421,50 en de veroordeling werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat appellanten geen eigenaar is geworden door verkrijgende verjaring en wijst de vordering af.