Uitspraak
[appellant],
[appellant],
[APPELLANT],
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze arbeidszaak ging het hoger beroep van appellant tegen de afwijzing van een overwerkvergoeding door het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao. Appellant stelde dat zij regelmatig meer uren had gewerkt dan overeengekomen en dat zij op zondagen dubbel betaald diende te worden conform de Arbeidsregeling 2000.
Het Hof nam de feiten over zoals vastgesteld in eerste aanleg, waaronder de nietigverklaring van het ontslag en de toewijzing van achterstallig loon, maar oordeelde dat de vordering tot overwerkvergoeding niet toewijsbaar was. Panaderia betwistte dat overwerk was verricht en stelde dat appellant in de laatste periode als broodverkoper werkte met een flexibele dagindeling waarbij langer werken dan 20:00 uur voor eigen risico was.
Het door appellant overgelegde overzicht van overuren was niet nader onderbouwd en werd door Panaderia betwist. Het Hof vond dat appellant onvoldoende concrete feiten had aangevoerd om haar stelling te bewijzen. Ook de claim voor dubbele betaling op zondag faalde omdat zondag niet als rustdag was overeengekomen en er geen CAO-verplichting tot toeslag bestond.
Het Hof bevestigde daarom de bestreden beschikking en veroordeelde appellant in de proceskosten, waarbij de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad werd verklaard.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de afwijzing van de overwerkvergoeding en veroordeelt appellant in de proceskosten.