Uitspraak
appellante], wonend in Aruba,
Procesverloop
Overwegingen
Het betoog faalt.
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Appellante heeft op 2 februari 2016 een verzoek ingediend voor een taxivergunning bij de minister van Toerisme, Transport, Primaire Sector en Cultuur. Nadat de minister niet tijdig op haar bezwaar had beslist, stelde appellante beroep in tegen de fictieve afwijzing op 26 oktober 2016. Het Gerecht in eerste aanleg verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de beroepstermijn pas op 1 september 2016 was ingegaan en dat haar beroepschrift van 26 oktober 2016 dus tijdig was. Het Hof oordeelde echter dat het bestuursorgaan op 31 augustus 2016 in gebreke was geraakt met beslissen op het bezwaar, waardoor de beroepstermijn van acht weken op die datum begon en op 25 oktober 2016 eindigde.
Het beroepschrift was dus één dag te laat ingediend. Er waren geen omstandigheden die deze overschrijding verschoonbaar maakten. Daarom verklaarde het Hof het hoger beroep ongegrond en bevestigde het de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard wegens te late indiening van het beroepschrift.