ECLI:NL:OGHACMB:2017:213

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
20 september 2017
Publicatiedatum
19 november 2018
Zaaknummer
100.00261/16 H- 208/2016
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenvonnis heropening en schorsing onderzoek wegens orkaan Irma en gewijzigde omstandigheden verdachte

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie heeft op 20 september 2017 een tussenvonnis gewezen in de strafzaak tegen de verdachte, die in hoger beroep is gegaan tegen een eerdere veroordeling tot een gevangenisstraf van vijftien maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk. De procureur-generaal vorderde een hogere straf van eenentwintig maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk.

Tijdens de beraadslaging concludeerde het Hof dat het onderzoek niet volledig was vanwege de desastreuze gevolgen van orkaan Irma op Sint Maarten, die na de sluiting van het onderzoek plaatsvonden. De persoonlijke omstandigheden van de verdachte zijn mogelijk ingrijpend gewijzigd, waardoor het wenselijk is hierover nader geïnformeerd te worden.

Daarnaast was het gerechtsgebouw op Sint Maarten zodanig beschadigd dat een uitspraak aldaar niet mogelijk was, en ook het wijzen van het eindvonnis in Curaçao werd problematisch geacht vanwege de vraag of de verdediging de uitspraak kon bijwonen, wat het recht op een eerlijk proces raakt.

Daarom besloot het Hof het onderzoek te heropenen en te schorsen tot een nieuwe terechtzitting op 2 november 2017 in Curaçao, waarbij gebruik wordt gemaakt van een directe beeld- en geluidsverbinding met Sint Maarten. Dit tussenvonnis werd buiten aanwezigheid van de verdachte uitgesproken, met de mogelijkheid voor partijen om de persoonlijke omstandigheden van de verdachte nader toe te lichten.

Uitkomst: Het onderzoek wordt heropend en geschorst tot een nieuwe zitting op 2 november 2017 met beeld- en geluidsverbinding.

Uitspraak

Strafzaken over 2017 Vonnis no.
Datum uitspraak: 20 september 2017 MC
Zaaknummer: H- 208/2016
Parketnummer: 100.00261/16
Verstek

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
TUSSENVONNIS
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, van 23 november 2016 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] [geboortejaar] te [geboorteplaats],
wonende in [woonplaats], [adres].
Procesgang en onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 23 november 2016, zoals daarvan blijkt uit het proces-verbaal van die terechtzitting, alsmede van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van
van 31 augustus 2017 in Sint Maarten.
Tegen de niet verschenen verdachte is verstek verleend.
Het Hof heeft kennis genomen van de vordering van de procureur-generaal,
mr. A.C. van der Schans, en van hetgeen door de raadsman,
mr. G. Hatzmann naar voren is gebracht.
De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen, behoudens ten aanzien van de straf en, in zoverre opnieuw recht doende, de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van eenentwintig maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en met aftrek van het voorarrest.
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, met aftrek van het voorarrest.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld.
Heropening en schorsing van het onderzoek
Bij de beraadslaging is het Hof tot de conclusie gekomen dat het onderzoek ter terechtzitting niet volledig is geweest. De redenen daarvoor zijn gelegen in de gevolgen van de orkaan Irma, waarmee Sint Maarten na de sluiting van het onderzoek te kampen heeft gehad.
Algemeen bekend is dat die gevolgen desastreus zijn. De persoonlijke omstandigheden van de verdachte zijn mogelijk (ingrijpend) gewijzigd; het Hof acht het wenselijk daarover op een nadere terechtzitting te worden voorgelicht.
Daar komt bij dat het Court House – het gerechtsgebouw in Sint Maarten – dusdanige schade heeft opgelopen, dat het niet mogelijk is om daar vandaag een uitspraak te doen. Eindvonnis wijzen in Curaçao acht het Hof eveneens problematisch, nu het maar zeer de vraag is of de verdediging in staat is om de uitspraak bij te wonen. De openbaarheid van de uitspraak van het eindvonnis – een beginsel van behoorlijke rechtsspraak, dat in het teken staat van het recht op eerlijk proces – is daarmee in het geding.
Gelet hierop kan naar het oordeel van het Hof nog geen eindvonnis worden gewezen. Het Hof zal het onderzoek heropenen en schorsen tot een nadere terechtzitting, die zal plaatsvinden op 2 november 2017 te 11:00 uur in Curaçao met behulp van een directe beeld- en geluidsverbinding met het Court House in Sint Maarten. Naar de verwachting van het Hof is het Court House tegen die tijd weer in gebruik en kan een directe beeld- en geluidsverbinding tot stand worden gebracht. Gelet op de genoemde omstandigheden kan het Hof niet anders dan het onderhavige tussenvonnis in Curaçao uitspreken buiten aanwezigheid van de verdachte.
Ter terechtzitting kunnen partijen het Hof verder informeren over de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en over de vraag of die omstandigheden voor de procureur-generaal en/of de raadsman aanleiding zijn voor respectievelijk aanvullend requisitoir of aanvullend pleidooi.

BESLISSING

Het Hof:
heropent en schorst het onderzoek;
bepaalt dat het onderzoek zal worden hervat ter terechtzitting van 2 november 2017 te
11:00 uur in Curaçao met een directe beeld- en geluidsverbinding met het Court House in Sint Maarten;
beveelt de
oproeping van de verdachte tegen deze nadere terechtzittingen de
kennisgeving daarvan aan zijn raadsman.
Dit vonnis is gewezen door mrs. M.C.B. Hubben, H.J. Fehmers en F.V.L.M. Wannyn, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, en in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 20 september 2017.