Op 22 juni 2017 heeft het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba uitspraak gedaan in hoger beroep tegen de verdachte die werd verdacht van het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie op Bonaire.
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien maanden, waarvan zes voorwaardelijk. In hoger beroep werd het vonnis bevestigd, met een aanpassing van de strafmaat. De procureur-generaal vorderde een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan zes voorwaardelijk, terwijl het Hof uiteindelijk een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden oplegde met een proeftijd van drie jaar, gecombineerd met een taakstraf van 240 uur.
De verdediging voerde een beroep op psychische overmacht aan, stellende dat de verdachte onder hevige gemoedsbewegingen handelde toen hij de vuurwapens in de struiken gooide. Het Hof verwierp dit beroep omdat er geen sprake was van een zodanige van buiten komende drang waaraan de verdachte geen weerstand kon bieden. De verdachte had zich kunnen distantiëren van de vuurwapens en de medeverdachte.
Bij de strafoplegging hield het Hof rekening met de beperkte rol van de verdachte, zijn onbesproken verleden en het feit dat hij een baan heeft. De straf werd als passend en geboden beschouwd, waarbij de gevangenisstraf geheel voorwaardelijk werd opgelegd met een taakstraf en een proeftijd van drie jaar.