ECLI:NL:OGHACMB:2017:3
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geschil over verdeling gemeenschap en griffierecht na beëindiging samenwerking pand
In deze zaak staat de verdeling van een gemeenschap betreffende een pand centraal, evenals de afrekening tussen partijen na het beëindigen van hun samenwerking. Het Gerecht in eerste aanleg had het pand aan de geïntimeerde toegewezen en de appellante veroordeeld tot betaling van NAf 15.389,49. De appellante stelde in hoger beroep dat zij juist een aanzienlijk bedrag aan de geïntimeerde toekomt wegens verbouwings- en onderhoudskosten, een aandeel in de waarde van het pand, beheersvergoeding en schadevergoeding.
Daarnaast speelde de kwestie van het griffierecht in hoger beroep. De griffier stelde dat de appellante een te laag bedrag aan griffierecht had voldaan en dat er een nageheven bedrag van NAf 5.600,00 betaald moest worden. Het hof gaf de appellante de gelegenheid dit bedrag binnen zes weken te voldoen, met de waarschuwing dat bij niet-betaling het principaal appel kan vervallen.
Het hof besloot de zaak naar de rol te verwijzen voor een akte over het griffierecht en hield elke verdere beslissing aan, waarbij werd opgemerkt dat het incidenteel appel vanwege de materiële samenhang met het principaal appel voorlopig niet wordt beslist. Het vonnis werd gewezen door drie leden van het Gemeenschappelijk Hof en uitgesproken in Curaçao op 10 januari 2017.
Uitkomst: Het hof verwijst de zaak naar de rol voor akte over het nageheven griffierecht en houdt verdere beslissing aan.