Uitspraak
[mevrouw GEÏNTIMEERDE],
[de heer GEÏNTIMEERDE],
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze zaak draait het om het merkenrechtelijk voorgebruik van het woord-/beeldmerk Aruba Aruba Aruba. Arubags vorderde dat geïntimeerde c.s. niet langer het merk zou mogen gebruiken, maar het Hof moest beoordelen wie het merk het eerst in Aruba heeft gebruikt.
Na uitgebreide bewijslevering, waaronder schriftelijke verklaringen, getuigenverklaringen en fotomateriaal, concludeerde het Hof dat mevrouw geïntimeerde het merk vanaf ten laatste 2006 gebruikte, terwijl Arubags het merk pas vanaf ten vroegste 2007 gebruikte. De bewijsstukken omvatten onder meer verklaringen van leveranciers, douanepapieren, en getuigenverklaringen van betrokkenen bij productie en verkoop.
Het Hof hechtte weinig waarde aan een gescande verklaring van Arubags vanwege onduidelijkheden over de totstandkoming en de inhoud. Op grond van artikel 2 lid 1 van Pro de Merkenverordening achtte het Hof het merkenrechtelijk voorgebruik van geïntimeerde c.s. bewezen. Daarom bevestigde het Hof de beschikking die de vorderingen van Arubags afwees en veroordeelde Arubags in de kosten van het geding.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de beschikking en wijst de vorderingen van Arubags af wegens bewezen merkenrechtelijk voorgebruik door geïntimeerde c.s.