Uitspraak
Zaaknummer: H 133/2017
Vonnis
[naam],
.
of omstreeks10 december 2014,
althans in of omstreeks de maand december 2014,
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
De verdachte werd in eerste aanleg vrijgesproken van het niet aanmelden van contant geld bij de douane op Bonaire, maar het openbaar ministerie stelde hoger beroep in. Het Hof oordeelde dat de redelijke termijn niet leidde tot niet-ontvankelijkheid en verwierp het beroep op partijdigheid van de rechter-commissaris.
Feitelijk werd vastgesteld dat de verdachte op 10 december 2014 een bedrag van meer dan 20.000 USD aan contant geld bij zich had, zonder dit tijdig aan te melden bij de douane, zoals verplicht volgens de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES. De verdachte voerde aan niet te weten dat hij dit moest doen, maar dit verweer werd verworpen wegens zijn ervaring als reiziger en de omvang van het bedrag.
Het Hof kwalificeerde het bewezen feit als een opzettelijke overtreding van artikel 4.2 van de genoemde wet en veroordeelde de verdachte tot een geldboete van 1.000 USD, waarvan 500 USD voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Tevens werd de teruggave gelast van 5.000 USD die eerder in beslag was genomen.
De uitspraak benadrukt het belang van de aanmeldingsplicht ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering en stelt dat het niet naleven daarvan een strafbaar feit vormt, ook als de overtreder zich niet bewust was van de verplichting.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van 1.000 USD, waarvan 500 USD voorwaardelijk, wegens het niet aanmelden van contant geld bij de douane op Bonaire.