Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
3.De beoordeling
5 oktober 2018voor het nemen van een akte zijdens de man als bedoeld onder 3.14.
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Partijen waren gehuwd in algehele gemeenschap van goederen en zijn in 2005 gescheiden. De appellant heeft tijdens zijn dienstverband een ouderdomspensioen opgebouwd dat in 2009 tot uitkering kwam. De gemeenschap van goederen werd verdeeld, met uitzondering van het pensioen. De geïntimeerde vorderde betaling van de helft van het pensioen over de periode 2009-2016 plus wettelijke rente en incassokosten.
De appellant stelde dat de geïntimeerde afstand had gedaan van haar pensioenrechten en dat zij rechtsverwerking had gepleegd door pas na vijf jaar haar aanspraak te maken. Het Hof oordeelde dat de enkele stelling van afstand onvoldoende was en dat de omstandigheden niet leidden tot het gerechtvaardigde vertrouwen dat de geïntimeerde haar recht niet meer zou doen gelden. Ook het beroep op redelijkheid en billijkheid werd verworpen, omdat de appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het onaanvaardbaar was om de helft van het pensioen af te staan.
Het Hof verzocht de appellant nadere informatie te verstrekken over zijn financiële situatie en vermogen, en een pensioenberekening te overleggen. Tevens werd partijen gevraagd zich uit te laten over de verjaring van de vorderingen en de stuiting daarvan. De zaak werd verwezen naar een rolzitting voor nadere akten, waarna verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: De zaak is verwezen voor nadere bewijslevering en akten, verdere beslissing wordt aangehouden.