ECLI:NL:OGHACMB:2018:151

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
12 september 2018
Publicatiedatum
13 september 2018
Zaaknummer
2018-99
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 177s WvSvArt. 177t WvSvArt. 252 WvSvArt. 126nf WvSvArt. 96a WvSv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot machtiging verstrekking gevoelige gegevens aan verschoningsgerechtigde

In deze strafzaak heeft de officier van justitie verzocht om een machtiging tot het vorderen van gevoelige gegevens van een arts van het Sint Maarten Medical Centre over een (overleden) patiënt. De vordering was gericht aan een verschoningsgerechtigde zoals bedoeld in artikel 252 van Pro het Wetboek van Strafvordering (WvSv).

De rechter-commissaris oordeelde dat op grond van artikel 177t, tweede lid, van het WvSv een vordering niet kan worden gericht aan een verschoningsgerechtigde. Dit leidt tot afwijzing van de vordering. Ter toelichting werd gewezen op het verschil met het Nederlandse recht, waar wel een vordering aan een verschoningsgerechtigde kan worden gericht, maar deze zich op het verschoningsrecht kan beroepen.

De beschikking benadrukt het belang van het verschoningsrecht en de wettelijke waarborgen die gelden in het rechtsgebied van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. De rechter-commissaris besloot dan ook de gevraagde machtiging af te wijzen.

Uitkomst: De vordering tot machtiging tot het vorderen van gevoelige gegevens van een verschoningsgerechtigde wordt afgewezen.

Uitspraak

tijdelijk registratienummer 2018-99
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
RECHTER-COMMISSARIS BELAST MET DE BEHANDELING VAN STRAFZAKEN

BESCHIKKING OP VORDERING VERSTREKKING GEVOELIGE GEGEVENS

Op
11 september 2018heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken, een machtiging verstrekt tot het vorderen van gevoelige gegevens als bedoeld in artikel 177s van het Wetboek van Strafvordering in de zaak tegen de verdachte:
naam:
NN
Artikel 177t van het Wetboek van Strafvordering (WvSv) luidt, voor zover hier relevant:
1. De officier van justitie kan, indien het belang van het onderzoek dit dringend vordert, van degene van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat hij toegang heeft tot gegevens als bedoeld in artikel 177s, tweede lid, tweede volzin, deze gegevens vorderen, in geval van:
a. verdenking van een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, dat gezien zijn aard of de samenhang met andere vermoedelijk door de verdachte begane misdrijven een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert;
b. (…)
2. Een vordering als bedoeld in het eerste lid kan noch worden gericht tot de verdachte noch tot de persoon, bedoeld in artikel 251, 252 of 253.
3. (…)
4. (…)
Artikel 252, eerste lid, van het WvSv luidt, voor zover hier van belang, als volgt:
Van het (…) beantwoorden van bepaalde vragen kunnen zich (ook) verschonen zij, die uit hoofde van hun (…) beroep (…) tot geheimhouding verplicht zijn, doch alleen omtrent hetgeen waarvan de wetenschap aan hen als zodanig is toevertrouwd.
(…)
Uit de vordering blijkt dat de Officier van Justitie vraagt om een machtiging om aan een arts van het Sint Maarten Medical Centre gegevens op te vragen over een (overleden) patiënt. De vordering is aldus gericht aan een verschoningsgerechtigde bedoeld in artikel 252 van Pro het WvSv. Zoals uit het tweede lid van artikel 177t van het WvSv volgt, kan een vordering niet aan deze persoon worden gericht. De vordering van de Officier van Justitie moet daarom worden afgewezen.
Ter informatie overweegt de rechter-commissaris nog dat deze materie in het Nederlandse WvSv anders is geregeld. Artikel 126nf van het Nederlandse WvSv betreft het vorderen van gevoelige gegevens. Het tweede lid van dit artikel verklaart artikel 96a van het Nederlandse WvSv van overeenkomstige toepassing. In dat artikel is, in het derde lid, bepaald dat –kort gezegd- verschoningsgerechtigden niet aan een bevel tot uitlevering behoeven te voldoen.
Ook het WvSv kent in artikel 252 van Pro het WvSv de bepaling, dat het aan de verschoningsgerechtigde wordt gelaten er voor te kiezen zich op het verschoningsrecht te beroepen. Het Nederlandse WvSv kent echter geen verbod om de vordering aan een verschoningsgerechtigde te richten, zoals het WvSv dat wel kent, in artikel 177t, tweede lid.

B E S L I S S I N G :

De rechter-commissaris:
Wijst af de vordering van de Officier van Justitie.
Aldus gegeven op Sint Maarten op 12 september 2018 door
mr. C.W.M. Giesen, rechter-commissaris in strafzaken in het Gerecht in Eerste Aanleg.