ECLI:NL:OGHACMB:2018:221
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beëindiging onderhoudsplicht wegens samenleven als waren zij gehuwd
In deze zaak stond de vraag centraal of de vrouw is gaan samenleven met een ander als waren zij gehuwd, waardoor de onderhoudsplicht van de man jegens haar zou eindigen. Het Hof verwijst naar vaste jurisprudentie dat hiervoor een affectieve, duurzame relatie vereist is met wederzijdse verzorging, samenwonen en een gemeenschappelijke huishouding.
De man diende het bestaan van deze relatie te bewijzen. Getuigenverklaringen van de partner van de vrouw bevestigden dat zij vanaf circa 1 oktober 2011 een duurzame relatie hadden, samenwoonden in meerdere woningen, een gemeenschappelijke huishouding voerden en elkaar wederzijds verzorgden. De vrouw was van hem zwanger en zij deelden kosten en taken in het huishouden.
Het Hof achtte de verklaringen betrouwbaar en concludeerde dat vanaf 1 oktober 2011 sprake was van samenleven als waren zij gehuwd. Hierdoor eindigde de onderhoudsplicht van de man van rechtswege op die datum. De bestreden beschikking werd vernietigd en het Hof bepaalde dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt.
Uitkomst: De onderhoudsplicht van de man jegens de vrouw is van rechtswege geëindigd per 1 oktober 2011.