ECLI:NL:OGHACMB:2018:222
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toepassing cao en cessantia-uitkering bij ontslag werknemer Universiteit Curaçao met publiekrechtelijke aanstelling
De zaak betreft een werknemer van de Universiteit van Curaçao (UoC) die na langdurige dienstverband arbeidsongeschikt werd verklaard en ontslag kreeg met ingang van 1 juni 2017. De werknemer vordert betaling van een geldelijke uitkering (cessantia) op grond van de collectieve arbeidsovereenkomst (cao). De UoC stelt dat het ontslag een publiekrechtelijke beschikking is waartegen de bestuursrechter bevoegd is, en dat de civiele rechter onbevoegd is.
Het Gerecht in eerste aanleg stelde zich op het standpunt dat de cao niet van toepassing is op werknemers met een publiekrechtelijke aanstelling en wees het verzoek af. In hoger beroep betoogt de werknemer dat de cao wel op hem van toepassing is, onder meer omdat de UoC zelf op onderdelen de cao toepast op medewerkers zonder arbeidsovereenkomst en omdat een eerdere gratificatie aan hem is toegekend met verwijzing naar de cao.
Het Hof oordeelt dat het ontslagbesluit niet kan worden opgevat als een afwijzing van het recht op cessantia-uitkering en dat geen sprake is van een bestuursrechtelijke beschikking op dat punt. De civiele rechter is daarom bevoegd om over de vordering te oordelen. Het Hof wijst de zaak terug naar de rol voor nadere schriftelijke toelichting door de UoC over de toepasselijkheid van de cao op publiekrechtelijk aangestelden en de juridische grondslag daarvan.
De zaak wordt aangehouden en een nieuwe rolzitting gepland. Dit arrest verduidelijkt de positie van werknemers met publiekrechtelijke aanstelling bij de UoC ten aanzien van cao-toepassing en ontslagvergoeding.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden voor nadere schriftelijke toelichting over de toepassing van de cao op publiekrechtelijk aangestelden.