Uitspraak
Het betoog faalt.
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Appellante verzocht om een tewerkstellingsvergunning voor een vreemdeling in de functie van nailtechnician. De minister wees de aanvraag af omdat appellante niet had aangetoond dat de vreemdeling beschikte over de vereiste werkervaring, die zij zelf had gesteld op drie tot vijf jaar.
Appellante stelde dat de werkervaring kon worden aangetoond via een persoonlijke referentie en een bevestiging van de vreemdeling zelf, maar deze waren niet afkomstig uit objectieve bronnen. Het Gerecht in eerste aanleg oordeelde dat deze verklaringen onvoldoende waren als bewijs.
In hoger beroep handhaafde het hof deze beoordeling. Het hof benadrukte dat op grond van het Uitvoeringsbesluit arbeid vreemdelingen de werkgever bewijsstukken uit objectieve bron moet overleggen waaruit blijkt dat de vreemdeling voldoet aan de gestelde kwalificaties en ervaring. Omdat appellante dit niet had gedaan, was de afwijzing terecht.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van het Gerecht bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag voor de tewerkstellingsvergunning is terecht afgewezen wegens onvoldoende bewijs van de vereiste werkervaring.