Uitspraak
[APPELLANT 1],
[APPELLANTE 2],
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze zaak stond de handhaving van welstandsbepalingen op een perceel te Curaçao centraal, waarbij appellanten de openbare rechtspersoon APC aansprakelijk stelden wegens dwaling en wanprestatie.
Het Hof heeft het eerdere vonnis van het Gerecht in eerste aanleg bevestigd, waarbij onder meer werd geoordeeld dat de splitsing van het hoofdgebouw in appartementen niet in strijd is met de welstandsbepalingen, dat slechts één bijgebouw is toegestaan en dat een deel van het hoofdgebouw onrechtmatig dicht tegen het buurperceel is gebouwd.
De grieven van appellanten dat APC niet betrouwbaar zou zijn en dat sprake zou zijn van dwaling of wanprestatie faalden, mede omdat de verwachtingen van appellanten over het beleid van APC onrealistisch waren en APC binnen zekere grenzen haar belangen mag nastreven.
De proceskostenveroordeling tegen appellanten werd gehandhaafd. Het incidenteel appel werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het principaal appel niet slaagde.
Het vonnis werd gewezen door drie leden van het Gemeenschappelijk Hof en uitgesproken te Curaçao op 29 mei 2018.
Uitkomst: Het Hof bevestigt het vonnis van eerste aanleg en wijst de vorderingen van appellanten af.