ECLI:NL:OGHACMB:2019:10
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen arbeidsovereenkomst tussen toiletjuffrouw en horecaonderneming
In deze zaak stond centraal of de appellant, werkzaam als toiletjuffrouw voor twee restaurants waaronder Sopranos Piano Bar, in dienst was op basis van een arbeidsovereenkomst of als zelfstandige werkte. De appellant stelde dat sprake was van een arbeidsovereenkomst, terwijl Sopranos betoogde dat het ging om een overeenkomst van aanneming van werk of opdracht.
Het Hof sloot zich aan bij de eerdere beslissing van de rechtbank Aruba, die het standpunt van Sopranos volgde. De appellant ontving een vergoeding van US$ 40 per avond, waarvan US$ 20 uit de kassa van Sopranos en US$ 20 uit een ander restaurant, zonder loonstrookjes, zonder aanmelding bij de sociale verzekeringsbank en zonder inhouding van loonbelasting of sociale premies. Dit, samen met het feit dat de appellant zelf voor vervanging zorgde bij verhindering, wees op het ontbreken van een arbeidsovereenkomst.
Daarnaast vond het Hof het ongeloofwaardig dat de appellant op instructie van Sopranos een vergoeding vroeg voor toiletgebruik, hetgeen zelfs tot klachten en beëindiging van de relatie leidde. Het bewijsaanbod van de appellant was onvoldoende om het goed onderbouwde verweer van Sopranos te weerleggen.
Daarom bevestigde het Hof de bestreden beschikking en veroordeelde de appellant in de kosten van het hoger beroep. Tevens werd de appellant toegelaten tot kosteloos procederen vanwege overgelegd bewijs van onvermogen.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat er geen arbeidsovereenkomst bestond en wijst het hoger beroep af met kostenveroordeling voor appellant.