ECLI:NL:OGHACMB:2019:130
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Bank mag tegoeden niet inhouden op grond van vermoeden witwassen zonder concreet bewijs
In deze zaak vordert de rechtspersoon AGE uit Brazilië betaling van een bedrag van ruim 5 miljoen dollar dat zij op een rekening bij Banco del Orinoco N.V. (BdO) heeft staan. BdO weigert uit te keren vanwege een vermoeden van witwassen, gebaseerd op artikelen uit de pers en internet, en beroept zich op de Landsverordening identificatie bij dienstverlening (LID).
Het kort geding vonnis van 26 oktober 2018 veroordeelde BdO tot betaling aan AGE. BdO ging in hoger beroep, maar het Hof oordeelt dat het vermoeden van witwassen onvoldoende concreet is en dat het cliëntonderzoek van BdO geen aanwijzingen daarvoor gaf. Ook heeft BdO geen overleg gevoerd met het Openbaar Ministerie of andere toezichthouders.
Het Hof bevestigt het vonnis van de eerste aanleg, wijst alle grieven van BdO af en veroordeelt BdO in de kosten van het hoger beroep. Het spoedeisend belang van AGE wordt erkend, omdat zij haar kapitaal niet kan gebruiken terwijl een bodemprocedure loopt. Het Hof bepaalt dat wettelijke rente vanaf de datum van het verzoekschrift verschuldigd is.
Uitkomst: Het Hof bevestigt het vonnis en veroordeelt Banco del Orinoco N.V. tot betaling van het tegoed aan AGE en in de kosten van het hoger beroep.