Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
2.De verdere beoordeling
- verwijst de zaak naar de rol van 20 augustus 2019 voor het nemen van de in 2.14 bedoelde akte door Dricoma;
- houdt de overige beslissingen aan.
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze civiele procedure tussen Dricoma Trading Company N.V. en Europe West Indian Trading Company N.V. staat de vraag centraal of Dricoma aanspraak kan maken op huurindexering over de periode tot 2012. Het geschil betreft de uitleg van afspraken over huurverhogingen en de rechtsverwerking van het indexeringsbeding.
Het Hof heeft diverse getuigen gehoord, allen direct betrokken bij partijen, waardoor hun verklaringen met voorzichtigheid zijn gewogen. Uit de getuigenverklaringen blijkt dat in 2007 en 2008 afspraken zijn gemaakt waarbij Dricoma aangaf geen huurverhoging te zullen doorvoeren. Latere gesprekken in 2009 en daarna bevestigden dat beeld, hoewel er geen nieuwe huurovereenkomst werd opgesteld.
Het Hof concludeert dat Dricoma door haar handelen en nalaten een onduidelijke situatie heeft gecreëerd en deze lange tijd heeft laten voortbestaan, terwijl zij wist dat EWT bij een huurverhoging de overeenkomst zou beëindigen. Hierdoor heeft Dricoma het recht op nakoming van het indexeringsbeding verwerkt voor de periode tot 10 juli 2012. Vanaf die datum is het recht op indexering weer intact.
Het Hof wijst erop dat geen nieuwe huurovereenkomst is ontstaan waarin de huurprijs voor onbepaalde tijd werd gefixeerd zonder indexeringsrecht. Ten slotte wordt Dricoma in de gelegenheid gesteld de geïndexeerde huurprijs nader te onderbouwen voor de periode vanaf 1 augustus 2012 tot en met 31 augustus 2015, waarna EWT mag reageren.
Uitkomst: Dricoma heeft het recht op huurindexering verwerkt tot 10 juli 2012, vanaf 1 augustus 2012 is het recht op indexering weer intact.