ECLI:NL:OGHACMB:2019:178
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontnemingsvordering wegens wederrechtelijk verkregen voordeel
In deze zaak is hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten van 6 maart 2019, waarbij de ontnemingsvordering van wederrechtelijk verkregen voordeel ten bedrage van NAf. 675.949,- tegen de veroordeelde werd vastgesteld.
Het Hof heeft de vordering van de procureur-generaal en de verweren van de raadsman van de veroordeelde zorgvuldig gewogen. De procureur-generaal vorderde bevestiging van de eerdere beslissing, terwijl de raadsman primair de afwijzing van de vordering bepleitte en subsidiair een lagere vaststelling van het voordeel.
Na onderzoek en beraadslaging heeft het Hof zich verenigd met de beslissing en motivering van het Gerecht in eerste aanleg en de ontnemingsvordering bevestigd. De uitspraak werd gedaan in tegenwoordigheid van de griffier, hoewel de griffier en een rechter niet konden medeondertekenen.
Deze uitspraak onderstreept het belang van ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel als sanctie in strafzaken en bevestigt de vaststelling van het bedrag door de eerste rechter.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de ontnemingsvordering van NAf. 675.949,- tegen de veroordeelde.