ECLI:NL:OGHACMB:2019:180

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
24 september 2019
Publicatiedatum
28 oktober 2019
Zaaknummer
100.00432/18 H-76/2019
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen veroordeling voor wapenbezit en drugsteelt met deels voorwaardelijke gevangenisstraf

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot 3 maanden gevangenisstraf, een werkstraf van 120 uren subsidiair 60 dagen hechtenis en een geldboete van NAf 1500,- subsidiair 30 dagen hechtenis wegens het bezit van een wapen, munitie en 35 marihuanaplanten.

De verdachte stelde hoger beroep in tegen deze strafoplegging. Het Hof heeft het dossier bestudeerd, de vordering van de procureur-generaal en de verdediging gehoord. De procureur-generaal eiste een gevangenisstraf van 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk.

Het Hof oordeelde dat de ernst van het bewezen verklaarde onvoldoende tot uitdrukking kwam in de opgelegde straf en verhoogde de gevangenisstraf tot 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. De overige onderdelen van het vonnis werden bevestigd. De tijd in voorlopige hechtenis wordt in mindering gebracht op de straf.

De uitspraak benadrukt het gevaar van vuurwapenbezit en drugshandel voor de samenleving en het belang van een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming bij dergelijke feiten, maar houdt rekening met het feit dat de verdachte een first offender is.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar.

Uitspraak

Zaaknummer: H 76/2019

Parketnummer: 100.00432/18
Uitspraak: 24 september 2019 Tegenspraak

Vonnis

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten (verder: het Gerecht) van 17 april 2019 in de strafzaak tegen de verdachte:

[VERDACHTE],

geboren op [geboortedatum] 1980 in [geboorteplaats], [geboorteland],
wonende in [woonplaats], [adres].
Hoger beroep
Het Gerecht heeft de verdachte bij zijn vonnis ter zake van het onder de feiten 1 en 2 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, een werkstraf voor de duur van 120 uren subsidiair 60 dagen hechtenis en een geldboete van NAf 1500,= subsidiair 30 dagen hechtenis. Voorts heeft het Gerecht beslissingen genomen ten aanzien van in beslag genomen voorwerpen.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting.
Het Hof heeft kennisgenomen van de vordering van de procureur-generaal, mr. M.A.W. Mol, en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman, mr. G. Hatzmann, naar voren is gebracht.
De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof de verdachte ter zake van het onder de feiten 1 en 2 tenlastegelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
Door en namens de verdachte is een strafmaatverweer gevoerd.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd, omdat het Hof zich daarmee verenigt, behoudens ten aanzien van de straf en de motivering daarvan.
Oplegging van straf
Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedragingen aan de verdachte te verwijten zijn en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
De verdachte heeft in zijn woning een wapen en munitie en 35 marihuanaplanten in zijn bezit gehad. Vuurwapens worden meer en meer gebruikt bij het plegen van ernstige strafbare feiten en vormen daardoor een gevaar en een bedreiging voor een veilige samenleving. Daarom moet streng worden opgetreden tegen het onbevoegd voorhanden hebben van vuurwapens en munitie. Om die reden is het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor dit soort feiten in beginsel de enige passende reactie.
Gezien de hoeveelheid aangetroffen marihuanaplanten is aannemelijk dat de verdachte deze niet slechts kweekte voor eigen gebruik. Handel in softdrugs gaat vaak samen met andere vormen van criminaliteit.
Het Hof heeft acht geslagen op het feit dat de verdachte weliswaar een keer eerder is veroordeeld ter zake van strafbare feiten, maar langere tijd geleden en niet voor soortgelijke feiten als de onderhavige. Het zal hem derhalve in deze aanmerken als een first offender.
Zoals reeds is opgemerkt kan met name gelet op de ernst van het vuurwapen/munitiebezit niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich meebrengt. Het Hof is derhalve tot de slotsom gekomen dat de ernst van het bewezen verklaarde onvoldoende tot uitdrukking komt in de door het Gerecht opgelegde straffen. Het Hof is – met eenparigheid van stemmen – van oordeel dat een - deels voorwaardelijke - gevangenisstraf van na te noemen duur passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.

BESLISSING

Het Hof:
vernietigt het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg ten aanzien van de opgelegde straffen en doet in zoverre opnieuw recht;
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de
12 (twaalf) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;
bepaalt dat een gedeelte van deze straf een gedeelte, groot
6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd, van
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
bevestigt het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg voor het overige, met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen.
Dit vonnis is gewezen door mrs. D. Radder, A.J.M. van Gink en S.M. Christiaan, leden van het Hof, bijgestaan door mr. C. Bernsen, zittingsgriffier, en op 24 september 2019 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof in Sint Maarten.
Mr. Van Gink en de zittingsgriffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
uitspraakgriffier:
De uitspraakgriffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.