ECLI:NL:OGHACMB:2019:181

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
24 september 2019
Publicatiedatum
28 oktober 2019
Zaaknummer
100.00015/18 H-55/2019
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs bedreiging met vuurwapen door politieagent

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie heeft het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, waarin verdachte werd vrijgesproken van het ten laste gelegde. De officier van justitie had hoger beroep ingesteld en vorderde vernietiging van het vonnis en veroordeling van verdachte tot een taakstraf van 80 uur.

Tijdens de terechtzitting heeft het Hof kennisgenomen van de vorderingen van de procureur-generaal en de verdediging. Het Hof heeft het bewijs onderzocht en geconcludeerd dat het tekortschiet om vast te stellen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan bedreiging met een vuurwapen. De verdachte had zijn vuurwapen uit zijn tasje gehaald omdat hij zich bedreigd voelde en toonde zijn politielegitimatie, wat door een security officer werd bevestigd.

Het Hof overwoog dat het tonen van een vuurwapen door een politieagent in de gegeven omstandigheden niet per definitie als bedreiging kan worden aangemerkt. Er was te veel twijfel over het opzet van verdachte om de aangever te bedreigen. Ook al handelde verdachte mogelijk niet conform de Ambtsinstructie, dit leidt niet tot een veroordeling. Daarom werd het vonnis van vrijspraak bevestigd met een gewijzigde motivering.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van bedreiging met vuurwapen.

Uitspraak

Zaaknummer: H 55/2019

Parketnummer: 100.00015/18
Uitspraak: 24 september 2019 Tegenspraak

Vonnis

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten (hierna: het Gerecht) van 17 mei 2018 in de strafzaak tegen de verdachte:

[VERDACHTE],

geboren op [geboortedatum] 1970 in [geboorteplaats],
wonende in [woonplaats], [adres].
Hoger beroep
Het Gerecht heeft de verdachte bij zijn vonnis van het ten laste gelegde vrijgesproken.
De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting.
Het Hof heeft kennisgenomen van de vordering van de procureur-generaal, mr. M.A.W. Mol, en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. S. Ibrahim, naar voren is gebracht.
De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van 80 uren.
Door en namens de verdachte is vrijspraak bepleit.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd, omdat het Hof zich daarmee verenigt, behoudens ten aanzien van de motivering daarvan. De motivering van de vrijspraak zal dan ook worden vervangen door de hiernavolgende overweging.
Vrijspraak
Het Hof is van oordeel dat het bewijs tekortschiet om te kunnen vaststellen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde. Het Hof overweegt daartoe als volgt.
Op grond van de verklaringen van de aangever en van de verdachte stelt het Hof de volgende toedracht vast. Nadat de aangever en de verdachte elkaar tijdens een verkeerssituatie zijn tegengekomen, komt het op de parkeerplaats van het Sint Maarten [bedrijfsnaam 1] weer tot een treffen. Daarbij heeft de verdachte op enig moment zijn vuurwapen uit zijn tasje gehaald, naar zijn zeggen omdat hij zich bedreigd voelde, hij de aangever niet kende en hij niet wist wat er gebeurde, maar niet om de aangever te bedreigen. De verdachte toonde de aangever zijn legitimatiebewijs van de politie en zei “why are you following me, I can arrest you for that”. Dit wordt ondersteund door de verklaring van de security officer [naam security]: “I heard a shouting from a male voice and he said “why are you following me and I can arrest you for that right now. When I heard this I knew automatically that was police”.
Op zichzelf is het uit een tasje halen van een vuurwapen of het tonen hiervan in de regel als bedreigend aan te merken, Dat de verdachte zich bij het trekken van zijn wapen direct kenbaar heeft gemaakt als politieagent maakt dat in dit geval anders, aangezien hij in die hoedanigheid doorgaans de bevoegdheid heeft over een vuurwapen te beschikken en dat ook te tonen. In ieder geval heeft het Hof te veel twijfel met betrekking tot de vraag of de verdachte het opzet heeft gehad om aangever te bedreigen met een van de in de tenlastelegging genoemde strafbare handelingen en dat hij aldus wederrechtelijk heeft gehandeld. Dat verdachte mogelijk niet overeenkomstig de Ambtsinstructie heeft gehandeld doet hieraan niet af.
Op grond hiervan is het Hof van oordeel dat de verdachte dient te worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het Hof:
bevestigt het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen.
Dit vonnis is gewezen door mrs. D. Radder, A.J.M. van Gink en S.M. Christiaan, leden van het Hof, bijgestaan door mr. C. Bernsen, zittingsgriffier, en op 24 september 2019 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof in Sint Maarten.
Mr. Van Gink en de zittingsgriffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
uitspraakgriffier:
De uitspraakgriffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.