Uitspraak
1.DE REGERING VAN CURAÇAO,
DE STATEN VAN CURAÇAO, te Curaçao,
3.[verzoeker 3],
[verzoeker 4],
[verzoeker 5], te Curaçao,
[verzoekers 3 t/m 5],
1. De procedure
ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN ENVAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
De zaak betreft een wrakingsverzoek ingediend door verzoekers tegen rechter D. Haan, die betrokken was bij twee procedures met zaaknummers CUR201700200 en CUR201700068. Verzoekers stelden dat de rechter tijdens een andere zaak (HNO) reeds een oordeel had gegeven over een rechtsvraag die ook in de zaak Oostpunt speelde, terwijl die zaak nog niet inhoudelijk was behandeld. Dit zou de onpartijdigheid van de rechter in gevaar brengen en de schijn van vooringenomenheid wekken.
De rechter ontkende dat hij een definitief oordeel had gegeven en stelde dat hij partijen in de HNO-zaak nog de gelegenheid had gegeven zich schriftelijk uit te laten. De wrakingskamer oordeelde echter dat de rechter in stellige bewoordingen zijn mening had geuit over de rechtsvraag in de Oostpuntzaak tijdens de HNO-zitting, zonder dat verzoekers daarbij aanwezig waren. Dit wekte bij verzoekers een geobjectiveerde vrees voor vooringenomenheid.
De kamer benadrukte dat een voorlopig oordeel niet automatisch wraking rechtvaardigt, maar in dit geval was sprake van een zwaarwegende aanwijzing dat de rechter zijn oordeel al had gevormd. De wrakingskamer wees het verzoek toe, bepaalde dat een andere rechter de procedure zal voortzetten en stelde een nader te bepalen zittingsdatum vast.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen rechter D. Haan wordt toegewezen wegens geobjectiveerde vrees voor vooringenomenheid en de procedure wordt voortgezet door een andere rechter.