Uitspraak
Zaaknummer: H 92/2019
Vonnis
[VERDACHTE]
[verdachte] had inderdaad tegen mij gezegd om te schieten en gezien het feit dat ik [verdachte] als een vaderfiguur zag, had ik geschoten toen hij tegen mij gezegd had om [bijnaam 1] neer te schieten.”
Zoals uit de bewijsmiddelen volgt was het[medeverdachte 1]die[…]
het vuurwapen aan [medeverdachte 1] had gegeven[…]”, dient te worden gelezen: “
Zoals uit de bewijsmiddelen volgt was het[medeverdachte 2]die[…]
het vuurwapen aan [medeverdachte 1] had gegeven[…]”.