Uitspraak
Procesverloop
Het betoog faalt.
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Appellant, woonachtig in Sint Maarten, had een vergunning tot tijdelijk verblijf (vttv) voor arbeid in loondienst op grond van het Brooks Tower Akkoord (BTA). Na het verstrijken van de geldigheidsduur vroeg hij op grond van het BTA II verlenging aan, welke door de minister werd afgewezen. Het Gerecht in eerste aanleg vernietigde aanvankelijk de afwijzing, maar verklaarde later het beroep ongegrond na een nieuwe afwijzing.
In hoger beroep stond centraal of de afwijzing van de verlenging van de vttv in strijd was met het recht op privéleven en familie- en gezinsleven zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro. Het Hof overwoog dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij zodanige bijzondere banden met Sint Maarten heeft dat het recht op privéleven een verlenging rechtvaardigt. De minister had terecht geoordeeld dat het rechtmatig verblijf van appellant was geëindigd en dat het recht op privéleven en familie- en gezinsleven geen doorslaggevende rol speelt in deze zaak.
Het Hof benadrukte dat een beoordeling van een verlenging van de vttv op grond van artikel 8 EVRM Pro in een nieuwe aanvraagprocedure moet plaatsvinden, waarbij alle relevante feiten en omstandigheden kunnen worden betrokken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van het Gerecht bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verlenging van de vergunning tot tijdelijk verblijf bevestigd.