ECLI:NL:OGHACMB:2019:231
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- E.A. Saleh
- E.M. van der Bunt
- M.B. van den Enden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag door Land Aruba
Appellante is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba waarin het ontslag door het Land Aruba als kennelijk onredelijk werd aangemerkt. Het Gerecht had het Land bevolen de dienstbetrekking te herstellen of een schadevergoeding van Afl. 11.500,- bruto toe te kennen, gelijk aan circa twee maanden loon.
Het hoger beroep richtte zich met name tegen de hoogte van deze schadevergoeding. Appellante stelde dat gezien haar leeftijd van 55 jaar, haar vierjarige dienstverband en het vroegtijdige ontslag een vergoeding van zes maanden salaris passend zou zijn. Het Land Aruba heeft geen verweerschrift ingediend en stelde dat de zaak in lijn met een eerder Hofvonnis volledig afgewezen zou moeten worden.
Het Hof oordeelde dat het Gerecht in eerste aanleg terecht rekening had gehouden met de leeftijd van appellante, de duur van het dienstverband en het feit dat het een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd betrof. Het Hof bevestigde de beschikking en oordeelde dat appellante geen nieuwe omstandigheden had aangevoerd die een hogere vergoeding rechtvaardigen. Appellante werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de beschikking en wijst een schadevergoeding van circa twee maanden salaris toe.