ECLI:NL:OGHACMB:2019:83
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Herziening kinderalimentatie op basis van draagkracht ouders en behoeften kind
In deze zaak stond de vaststelling van de kinderalimentatie centraal, waarbij het Hof het hoger beroep van de vader behandelde tegen een eerdere beschikking van het Gerecht in eerste aanleg. Het kind is geboren met een medische conditie, waardoor de behoeften relatief hoog zijn gesteld op Afl. 1.285,- per maand. De moeder had in eerste aanleg een bijdrage van Afl. 1.000,- opgelegd gekregen, maar de vader stelde dit in hoger beroep ter discussie.
Tijdens de procedure werd duidelijk dat de moeder het kind naar een particuliere school wilde laten gaan, wat hogere kosten met zich meebrengt, maar zij had dit verzoek niet formeel verhoogd in hoger beroep. Het Hof oordeelde dat de kosten redelijk moeten zijn en betwijfelde of de keuze voor een particuliere school verantwoord was gezien de draagkracht van de ouders. Daarom bleef het Hof uitgaan van de oorspronkelijke behoefte van Afl. 1.285,-.
De financiële situatie van beide ouders werd nauwkeurig beoordeeld. De moeder heeft een netto-inkomen van circa Afl. 4.400,- met aanzienlijke lasten, terwijl de vader netto circa Afl. 3.600,- verdient met eigen lasten en twee andere kinderen deels ten laste. Gezien deze omstandigheden werd de draagkracht van de vader berekend en vastgesteld op een maandelijkse bijdrage van Afl. 575,-. Het Hof vernietigde de eerdere beschikking en legde deze nieuwe bijdrage op met ingang van 1 mei 2019, waarbij eerdere betalingen in mindering werden gebracht. De kosten van de procedure werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vader is veroordeeld tot betaling van Afl. 575,- per maand als bijdrage in de kosten van verzorging van het kind met ingang van 1 mei 2019.