ECLI:NL:OGHACMB:2020:132
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep kort geding
- E.M. van der Bunt
- S.A. Carmelia
- M.B. van den Enden
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring Curaçaose rechter na verhuizing minderjarige kinderen naar Nederland
In deze zaak ging het om het hoger beroep tegen een vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, waarbij aan [Geïntimeerde] vervangende toestemming was verleend om met de minderjarige kinderen Curaçao te verlaten en zich in Nederland te vestigen.
Na uitvoering van het vonnis door [Geïntimeerde], waarbij zij en de kinderen zich in Nederland vestigden, stelde het Hof de vraag of het nog bevoegd was om over de zaak te oordelen. Hoewel het perpetuatio fori-beginsel normaal geldt, bestaan er uitzonderingen, waaronder die in het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996.
Het Hof concludeerde dat door de verhuizing de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is komen te liggen, waardoor de Curaçaose rechter niet langer bevoegd is. Het Hof verklaarde zich daarom onbevoegd en liet de voorlopige maatregelen van het Gerecht in stand totdat de Nederlandse rechter eventueel andere maatregelen treft.
De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof verklaart zich onbevoegd omdat de minderjarige kinderen hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben gekregen na verhuizing.