Uitspraak
1.[GEȈNTIMEERDE 1],
1.Het verloop van de procedure
2.Ontvankelijkheid
3.Beoordeling
Hof] te liggen om deze onderwerpen nader uit te zoeken.’
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze zaak staat de verdeling van de nalatenschap van de in 2015 overleden erflater centraal, waarbij appellant en geïntimeerden betrokken zijn. De nalatenschap omvat onder meer een woning en twee voertuigen. Appellant betwistte de verdeling van de eerste huwelijksgemeenschap (gemeenschap I) tussen de erflater en zijn eerste echtgenote, en vorderde onder meer een verklaring voor recht en nakoming van wettelijke verplichtingen van geïntimeerde 2.
Het hof bevestigt dat appellant zijn vorderingen betreffende de levensverzekeringspolis en het spaarsaldo van de Antilliaanse Luchtvaart Maatschappij heeft laten vallen en dat deze vorderingen onvoldoende zijn onderbouwd. Het hof wijst de grief dat de bewijslast bij geïntimeerde 2 zou liggen af en benadrukt dat appellant de stelplicht en bewijslast draagt. Tevens wijst het hof de eiswijziging af wegens onduidelijkheid en gebrek aan onderbouwing.
Wel wordt een verklaring voor recht gegeven dat partijen ieder voor een derde gerechtigd zijn tot de nalatenschap van de erflater. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het hof bevestigt het bestreden vonnis, behalve wat betreft de kostenveroordeling, en wijst het in hoger beroep meer of anders gevorderde af.
Uitkomst: Het hof bevestigt het vonnis, wijst de meeste vorderingen af wegens onvoldoende onderbouwing, verklaart voor recht dat partijen ieder voor een derde gerechtigd zijn en compenseert de proceskosten.