Uitspraak
Zaaknummer: H 61/19
Vonnis
[VERDACHTE],
:
BESLISSING
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, wegens medeplegen en bezit van ongeveer 453 gram hennep in Sint Maarten. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
Tijdens de terechtzitting heeft het Hof de vorderingen van de procureur-generaal en de verdediging gehoord. De procureur-generaal verzocht bevestiging van het vonnis, terwijl de verdediging een strafmaatverweer voerde.
Het Hof oordeelde dat het vonnis van de rechtbank niet verenigbaar was met de feiten en het bewijs. De bekennende verklaring van de verdachte werd niet geloofwaardig bevonden in het licht van het overige dossiermateriaal. Er was onvoldoende wettig bewijs om de tenlastelegging te bewijzen.
Daarom vernietigde het Hof het vonnis van de rechtbank, verklaarde het ten laste gelegde niet bewezen en sprak de verdachte vrij. De uitspraak werd gedaan op 3 december 2020 in Sint Maarten.
Uitkomst: Het Hof sprak de verdachte vrij wegens onvoldoende wettig bewijs voor medeplegen en bezit van hennep.