In deze strafzaak tegen de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten. De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het bezit van een vuurwapen en hennep, en vrijgesproken voor een ander feit. De officier van justitie vorderde vernietiging van het vonnis en een hogere straf.
Het Hof bevestigt het vonnis grotendeels, maar vernietigt de kwalificatie en strafoplegging voor het bezit van het vuurwapen en de hennep. Het bezit van een vuurwapen en ruim 1,7 kilogram hennep werd als ernstig aangemerkt vanwege de impact op de veiligheid en gezondheid in de samenleving. Het Hof acht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en legt een straf van 18 maanden op, waarvan 11 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar.
Bij de strafoplegging is rekening gehouden met de reeds uitgevoerde werkstraf door de verdachte en diens persoonlijke omstandigheden. De tijd in voorlopige hechtenis wordt in mindering gebracht. Voor het overige bevestigt het Hof het vonnis van eerste aanleg.