Uitspraak
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Oordeel van het Gerecht
5.Beoordeling van het geschil
6.Griffierecht en proceskosten
7.Beslissing
bevestigtde uitspraak van het Gerecht.
datum-stempel) aan partijen verzonden.
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende, een ingezetene van Curaçao die uitsluitend een ABP-pensioen uit Nederland geniet, betwistte de aanslag premieheffing AOV/AWW over het jaar 2016. Hij stelde dat de Inspecteur het gelijkheidsbeginsel had geschonden door het pensioen in het premie-inkomen te betrekken, terwijl in vergelijkbare gevallen artikel 12a van de Gezamenlijke beschikking AOV/AWW en loonbelasting 1976 na 2014 niet werd toegepast.
Het Gerecht in eerste aanleg verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het pensioen terecht in het premie-inkomen was betrokken. Het Hof bevestigt dit oordeel en stelt vast dat de meerderheidsregel van het gelijkheidsbeginsel niet is geschonden, omdat de door belanghebbende aangevoerde vergelijkbare gevallen niet gelijkwaardig waren en bovendien na de dagtekening van de aanslagbiljetten plaatsvonden.
Het Hof acht de zienswijze van het Gerecht juist en wijst het hoger beroep af. Er is geen grond voor vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan op 22 april 2021 door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag premieheffing AOV/AWW wordt bevestigd.