ECLI:NL:OGHACMB:2021:171
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- E.A. Saleh
- M.W. Scholte
- O. Nijhuis
- Rechtspraak.nl
Beoordeling stilzwijgende voortzetting en beëindiging arbeidsovereenkomst ICT-medewerker bij Land Aruba
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie behandelde het hoger beroep van het Land Aruba tegen de beschikking van het Gerecht in eerste aanleg die oordeelde dat de arbeidsovereenkomst met [Geïntimeerde] na 31 mei 2019 onverkort geldig bleef. De arbeidsovereenkomst was oorspronkelijk aangegaan voor één jaar vanaf 1 december 2015 en stilzwijgend verlengd tot 1 juni 2019. Het Land stelde dat de arbeidsovereenkomst na die datum was geëindigd.
Tijdens de procedure werd vastgesteld dat het Land het aanbod had gedaan om [Geïntimeerde] in vaste dienst te benoemen, maar dat hij vanwege een lagere salarisschaal hierover wilde nadenken. In afwachting van deze benoeming was de arbeidsovereenkomst meerdere malen voor wisselende periodes verlengd. Het Hof concludeerde dat artikel 1615f BW, dat stilzwijgende verlenging regelt, was uitgesloten en dat daarom geen automatische verlenging van een jaar kon worden aangenomen.
Het Hof oordeelde dat [Geïntimeerde] niet kon vertrouwen op jaarlijkse verlenging en dat de arbeidsovereenkomst uiteindelijk per 1 juni 2019 was geëindigd. Wel moet het Land het salaris vergoeden voor de dagen die [Geïntimeerde] in juni 2019 heeft gewerkt. De vordering tot betaling van niet-genoten vakantiedagen werd afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing. Het hoger beroep van het Land werd gegrond verklaard, de beschikking van het Gerecht vernietigd en het Land veroordeeld tot betaling van het salaris over juni 2019. [Geïntimeerde] werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het Hof vernietigt de beschikking, wijst het verzoek af en veroordeelt het Land tot betaling van salaris over juni 2019.